Beyond Bulls & Bears

Actief beheer voor een minder gecorreleerde wereld

This post is also available in: Engels Frans

De financiële crisis van 2007-2008 en de reacties van de monetaire autoriteiten, die bijdroegen tot een historisch laag rentepeil in de ontwikkelde wereld, zorgden er ook voor dat uiteenlopende activa in parallel met elkaar leken te evolueren. Maar die dynamiek is nu aan het veranderen. Op ons recente Asia Investor Forum bespraken vier beleggingsprofessionals van Franklin Templeton deze evolutie en de redenen waarom zij denken dat de correlaties, zowel binnen als tussen de verschillende activaklassen, waarschijnlijk nog verder zullen afnemen. Zij denken dat het in de huidige omgeving belangrijker dan ooit is om niet alleen zicht te hebben op de fundamenten van een belegging, maar ook op de economische en geografische context ervan.

In de nasleep van de financiële crisis van 2008 zijn de correlaties tussen de 24 ontwikkelde markten in de MSCI All Country (AC) World Index[1] scherp toegenomen. Maar na de lange periode van lage rente van de afgelopen jaren is nu een ‘normalisering’ waarschijnlijker aan het worden, vooral in de Verenigde Staten. Het patroon van gekoppelde rendementen is sinds vorig jaar ook merkbaar minder uitgesproken geworden.

De sentimentsverschuiving is terug te vinden in diverse regio’s en activaklassen, in de eerste plaats bij de aandelen en obligaties. Zij sterkt de actieve beheerders in hun overtuiging dat hun waarderingsselectie een reëel verschil kan maken voor de beleggers.

Slide1

Brooks Ritchey, Senior Managing Director, K2 Advisors, denkt dat de trend gepaard gaat met een “veel fundamenteler gerichte rationaliteit” in de prestaties van de wereldmarkten, wat een gunstig kader vormt voor actieve fondsbeheerders, om de beleggingsmogelijkheden te analyseren op basis van hun eigen specifieke verdiensten.

Slide4“Ik denk dat de fundamentele waarheid naar boven zal komen zodra de rente weer een normaler peil bereikt. Of het nu gaat om de ‘Grote verschuiving’ van vastrentend naar aandelen, of om de kortetermijnverschuiving van ‘bèta’ naar ‘alfa’[2], historisch gesproken hebben hogere rentevoeten altijd een gunstiger fundamentenkader voor onze beleggingsaanpak opgeleverd. Bovendien kan het verschil in potentieel rendement nog toenemen als we landen met verschillende schuldniveaus, bedrijfssectoren of individuele bedrijven vergelijken.”

“Vermoedelijk zullen landen die een correct beleid hanteren kapitaalinstromen noteren, net als verantwoordelijk gewaardeerde activaklassen. Landen met lagere schulden zouden de economische vruchten moeten plukken van een hogere groei en inflatie, terwijl landen met een zwaardere schuldenlast zullen achterblijven. Ik denk dat er de laatste tijd minder sprake is van een Pavlov-reflex waarbij beleggers meteen reageren op momenten van paniek of euforie, en dat het stilaan mogelijk wordt om rationele beslissingen te nemen op basis van de fundamenten.”Slide2

Stephen Dover, Managing Director, International Chief Investment Officer, Local Asset Management, Franklin Templeton Investments, gelooft dat de rendementsontkoppeling zich zal doorzetten, en dat de factoren die het verschil maken tussen de activaklassen en regio’s ook een belangrijkere rol zullen spelen.

“Als we kijken naar de markt en de correlaties tussen de opkomende en de ontwikkelde wereld, stellen we voor de afgelopen maanden een ontkoppeling vast, een lager correlatiepeil. Deze ontkoppeling komt niet helemaal onverwacht. In 2008-2009 keerde de markt zich af van risicoactiva en ging de kwantitatieve versoepeling van start – iets wat toen nog vrijwel onbekend was. Termen die vaak vielen om het beleggersgedrag te beschrijven, waren de risicobereidheid en de risicoaversie. Het deed er nauwelijks toe in welke categorie je belegde, als je maar op het juiste moment in risicoactiva dan wel kapitaalbehoudende effecten zat. Nu komen we in een situatie op de markten waarin deze correlatie waarschijnlijk zal afnemen en het collectieve onderscheid tussen risicoavers en risicobereid gedrag minder uitgesproken wordt.”

Slide3“Volgens sommigen moet je in de eerste plaats de economieën selecteren die het goed zouden moeten doen en de andere links laten liggen. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan, zeker over een langere tijdspanne. Ik zou denken dat de fundamentele verschillen tussen de landen in de toekomst meer uitgesproken zullen worden, zoals verschillen in inflatietrends, verschillen inzake de invoering van structurele hervormingen en verschillen tussen het monetaire beleid van de centrale banken. Volgens mij biedt de ontkoppeling vooral kansen voor ruim gediversifieerde beleggers [3]. Wij weten dat een lage correlatie en hoge diversificatie in de loop van de tijd helpen om het risico te beperken. Als een belegger voldoende gediversifieerd is, kan een correlatiedaling de kans op een beter risicogecorrigeerd rendement bieden. Wanneer de correlaties tussen markten en activaklassen afnemen, worden de individuele effecten meer op basis van hun eigen fundamenten verhandeld, wat meer mogelijkheden biedt voor koersontdekkingen. Wij denken dat de fundamentenanalyse het best werkt voor actieve beheerders in tijden van lage correlatie, omdat zij dan wezenlijke beleggingskeuzes kunnen maken tussen individuele effecten en gerichte strategieën toepassen voor markten en activaklassen.”

Michael Hasenstab, Executive Vice President, Portfolio Manager en Chief Investment Officer, Global Bonds, Franklin Templeton Fixed Income Group®, gelooft dat, ook al evolueren de correlaties neerwaarts, er in elke cyclus perioden van hogere correlatie zijn. Dergelijke perioden vinden plaats op momenten van toenemende volatiliteit, wanneer de markten scherp reageren op wijzigingen in de macro-economische verwachtingen of geopolitieke gebeurtenissen, en volgens hem kunnen actieve beheerders zich dan tactisch positioneren om te profiteren van het opwaartse potentieel.

“Je hebt van die perioden wanneer de markten sterk gecorreleerd evolueren, zoals in juni 2013 en opnieuw aan het begin van dit jaar. Maar dit soort perioden duurt maar enkele maanden, en daarna neemt de correlatie meestal weer af.”

Slide5“Onze job is te wachten op deze periodes van algemene correlatie – wanneer goede posities samen met de slechte in de uitverkoop gaan – en dan aan de slag te gaan en de kansen te kiezen die volgens ons over het beste langetermijnpotentieel beschikken. Daarna wachten we geduldig af en herhaalt de cyclus zich. Volgens ons kan dit soort gebeurtenissen ieder jaar een- of tweemaal voorvallen, we mogen ons dus niet laten meeslepen door de algemene paniek, maar we moeten beseffen dat ze hoe dan ook plaatsvinden, en klaarstaan om ervan te profiteren via posities die inspelen op een langetermijndynamiek.”

Alan Chua, Executive Vice President, Portfolio Manager en Research Analyst, Templeton Global Equity Group, stelt dat een actieve fondsbeheerder een rol moet spelen in alle scenario’s, zowel bij hoge als bij lage correlaties.

“Wanneer de correlaties hoog zijn, zal een actieve beheerder ernaar streven om te profiteren van de kans om kwaliteitsactiva te kopen die ondergewaardeerd zijn in absolute termen. In een markt waar de correlaties afnemen, denk ik dat de bottom-up analyse actieve fondsbeheerders de kans biedt om interessante posities te selecteren tussen de individuele effecten, op basis van hun relatieve waarde.

Slide6“Op dit moment denk ik dat de marktcontext uitstekende mogelijkheden biedt voor stockpickers. Hoewel de waarderingen doorgaans zijn gedrukt, denken wij dat wij nog betere waarden kunnen vinden in een groeiende markt. En dat geldt voor beleggingen in de Verenigde Staten, Europa of de opkomende landen. Volgens ons houdt een lagere correlatie niet noodzakelijk in dat er minder kansen zijn. Integendeel, actieve beheerders kunnen soms heel wat alfa toevoegen door voor die waarderingsdifferentiatie te gaan.”

“Veel beleggers zijn al tot de conclusie gekomen dat zich gewoon inkopen in wat voor velen nog een haussemarkt is, niet langer het soort rendement oplevert dat we de afgelopen vijf jaar hebben gezien. Naarmate de correlaties verder afnemen zal een selectieve benadering die voldoende onderscheid maakt tussen de individuele effecten via bottom-up analyse de beleggers helpen om waarde te vinden.”

De verklaringen, meningen en analyses van Brooks Ritchey, Stephen Dover, Michael Hasenstab en Alan Chua zijn louter bedoeld ter informatie, zij mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of een aanbeveling om te beleggen in welke effecten dan ook of om welke beleggingsstrategie dan ook te gebruiken. Omdat markt- en economische omstandigheden snel kunnen veranderen, betreffen de opmerkingen, opinies en analyses de datum van dit document en kunnen zij zonder voorafgaand bericht veranderen. Dit document is niet bedoeld als een volledige analyse van alle wezenlijke feiten betreffende een land, regio, markt, sector, belegging of strategie.

U kunt meer inzichten van Franklin Templeton Investments in uw inbox ontvangen door in te schrijven op de blog.

Voor tijdige beleggingstips kunt u ons volgen op Twitter @FTI_Global en op LinkedIn.

CFA® en Chartered Financial Analyst® zijn handelsmerken die eigendom zijn van het CFA Institute.

Wat zijn de risico’s?

Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder een mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug. Aandelenkoersen vertonen soms snelle en scherpe schommelingen als gevolg van factoren die een invloed hebben op individuele bedrijven, specifieke sectoren of bedrijfstakken, of op de algemene marktomstandigheden. Beleggingen in het buitenland zijn onderhevig aan bijzondere risico’s zoals koersschommelingen, economische instabiliteit en politieke ontwikkelingen. Deze factoren kunnen de risico’s van beleggingen op opkomende markten nog versterken. Obligatiekoersen evolueren doorgaans in omgekeerde richting als rentevoeten. De waarde van obligaties kan ook worden beïnvloed door een verandering in de financiële gezondheid van een emittent of in zijn kredietrating.

Biografieën:

J. Brooks Ritchey

  • Senior Managing Director bij K2 Advisors
  • Kwam bij K2 Advisors in 2005.
  • Beheerde voordien portefeuilles voor instellingen en vermogende particulieren op aandelen-, obligatie-, grondstoffen- en valutamarkten.

 Stephen H. Dover, CFA

  • Managing Director, International Chief Investment Officer, Local Asset Management, Franklin Templeton Investments
  • Houdt toezicht op de beleggingsfuncties van de plaatselijk beheerde en gedistribueerde producten in Zuid-Korea, Brazilië, Canada, China, India, Vietnam, Maleisië, Dubai, Japan en Australië.
  • Voorheen stichter en chief investment officer van Bradesco Templeton Asset Management (BTAM), een joint venture met de grootste private bank in Brazilië, in Sao Paulo. Kwam bij Franklin Templeton Investments in 1997.

 Michael Hasenstab, PH.D.

  • Executive Vice President, Portfolio Manager, Chief Investment Officer, Global Bonds, Franklin Templeton Fixed Income Group®
  • Lid van het Fixed Income Policy Committee.
  • Kwam bij Franklin Templeton Investments in juli 1995.

 Alan Chua, CFA

  • Executive Vice President, Portfolio Manager en Research Analyst, Templeton Global Equity Group
  • Heeft wereldwijde onderzoeksverantwoordelijkheden voor auto-onderdelen (duurzame consumptiegoederen) en machines (industrie), en voor de landelijke researchdekking van Japan, Singapore en Maleisië.

Kwam bij de Templeton-organisatie in 2000.


[1] MSCI AC World Index. Een free float-gecorrigeerde marktkapitalisatiegewogen index die het rendement van de aandelenmarkten van 24 ontwikkelde en 21 opkomende landen meet. De ontwikkelde markten die er deel van uitmaken, zijn Australië, Oostenrijk, België, Canada, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Hongkong, Ierland, Israël, Italië, Japan, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Portugal, Singapore, Spanje, Zweden, Zwitserland, het VK en de VS. MSCI geeft geen uitdrukkelijke of impliciete garanties en kan op geen enkele manier aansprakelijk worden gesteld voor enige MSCI-gegevens die hierin zijn opgenomen. De MSCI-gegevens mogen niet verder worden verspreid of gebruikt als basis voor andere indexen, effecten of financiële producten. Indexen worden niet beheerd, en er kan niet direct in een index worden belegd. Het rendement in het verleden vormt geen waarborg voor toekomstige resultaten.
[2] ‘Bèta’ is een maatstaf voor het risico van een belegging dat ontstaat uit de blootstelling aan algemene marktbewegingen, terwijl ‘alfa’ een risicogecorrigeerde maatstaf is voor de waarde die een portefeuillebeheerder toevoegt aan of aftrekt van het rendement van een fonds.
[3] Diversificatie vormt geen garantie voor winst of bescherming tegen het risico van verlies.