Beyond Bulls & Bears

De internationale aantrekkingskracht van de MONA-markten

This post is also available in: Engels Frans Pools

Sommige internationale beleggers lezen de krantenkoppen over de conflicten in de regio Midden-Oosten en Noord-Afrika (MONA) en concluderen dat ze deze regio best links laten liggen, waarschijnlijk zonder te beseffen dat verschillende MONA-aandelenmarkten tot de wereldwijd sterkst presterende markten van 2013 behoorden. In de eerste helft van 2014 werd dit haussegerichte sentiment grotendeels doorgetrokken, ondanks een zekere volatiliteit. Bassel Khatoun, Head of MENA Equities bij ons Local Asset Management Team in Dubai, geeft zijn kijk op de belangrijkste factoren voor deze markten nu we halverwege het jaar zijn, en vertelt waar hij potentiële kansen ziet.  

basselBassel Khatoun, Head of MENA Equities
Franklin Templeton Local Asset Management
Het puike rendement van de pan-Arabische aandelenmarkten vorig jaar, die de andere opkomende en frontiermarkten achter zich lieten, heeft de aandacht van sommige buitenlandse beleggers gevestigd op de solide fundamentals van diverse markten in de regio, vooral bij de leden van de Gulf Cooperation Council (GCC). Dat heeft een aanzienlijke instroom naar GCC-aandelen op gang gebracht, wat de liquiditeit heeft versterkt. De netto-instroom van buiten de regio naar de aandelenmarkten van de GCC bedroeg USD 2,4 miljard in de eerste zes maanden van 2014, tegen USD 3,7 miljard voor het hele jaar 2013[1], terwijl het dagelijkse aandelenhandelsvolume toenam van USD 2 miljard per dag in 2013 naar USD 3,2 miljard per dag eind juni[2]. De grootste instroom in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Qatar werd geregistreerd in mei 2014, net voor hun officiële opwaardering tot opkomende markt door indexprovider MSCI. De aanzwellende instroom wordt ook weerspiegeld door de toename van de beursintroducties van bedrijven in de regio, met 16 nieuwe noteringen in de eerste zes maanden van dit jaar, goed voor een totaal van meer dan USD 2,4 miljard[3].

Onze verwachtingen inzake verdere regelgevende en institutionele hervormingen worden bewaarheid. De belangrijkste ontwikkeling daarbij is dat het Saoedi-Arabische kabinet eindelijk groen licht heeft gegeven voor directe buitenlandse beleggingen in plaatselijk genoteerde aandelen. Bedoeling is de markt open te stellen in de loop van het eerste halfjaar van 2015. Deze maatregel wordt unaniem beschouwd als een cruciale stap voorwaarts voor de regio. Saoedi-Arabië is de grootste aandelenmarkt in MONA, en deze ontwikkeling is dan ook een kantelmoment voor de regionale aandelen, dat de regio ongetwijfeld weer op de radar van de internationale beleggers zal zetten. Het economische gewicht van Saoedi-Arabië, de omvang van zijn aandelenmarkt en zijn bevolking zijn allemaal veel groter dan die van de andere GCC-leden. De macro-economische fundamentals van Saoedi-Arabië houden een schaalvoordeel in voor wat reeds een aantrekkelijke dynamiek is die van de GCC-regio een interessante en aparte bijdrage tot een globale portefeuille maakt. Deze markt biedt de beleggers blootstelling aan een groei van het opkomende type, in combinatie met een staatskredietkwaliteit met laag risico.

De liberalisering van de Saoedi-Arabische markt zou ook het pad kunnen effenen voor een toekomstige opname in de MSCI Emerging Market Index, waarmee zij in de voetsporen van zowel Qatar als de VAE zou treden. Een dergelijke evolutie zou de handelsvolumes waarschijnlijk opvoeren en zou de transactiekosten verlagen dankzij schaalvoordelen.

Vandaag wordt de Saoedi-Arabische markt gedomineerd door plaatselijke particuliere beleggers, die meer dan 90% van het verhandelde volume voor hun rekening nemen. De buitenlanders zijn met iets meer dan 1% nauwelijks vertegenwoordigd. De openstelling van de markt zal waarschijnlijk een hogere mate van institutionalisering met zich meebrengen, die de markt na verloop van tijd geavanceerder en rijper zal maken. Op middellange termijn kunnen dergelijke maatregelen volgens ons ook leiden tot een toename van het aantal beursintroducties, en zo tot een broodnodige verdieping van de aandelenmarkt en een gunstiger sentiment bij de wereldwijde beleggers.

Bovendien heeft Qatar onlangs besloten om de toegang tot Qatarese aandelen voor buitenlandse beleggers te verruimen, wat het land in lijn brengt met de VAE en de institutionele belangstelling voor zijn aandelenmarkt aanzienlijk versterkt. Een andere ingrijpende marktgebeurtenis was de beslissing om uitzonderingen op de standaard noteringsregels toe te staan voor de notering van een toonaangevend bedrijf op de Dubai Financial Market. Deze uitzonderingen kunnen de voorbode zijn van een meer algemene – en volgens ons broodnodige – hervorming van de noteringsregels in Dubai. Los van de markten zijn wij ook opgetogen over de krachtdadige ingrepen van de autoriteiten om speculatie te voorkomen en het risico van een vastgoedzeepbel in Dubai in te perken via hogere vergoedingen voor vastgoedtransacties en strikte limieten voor de quotiteit van hypotheken. Wij denken dat deze regelgevende hervormingen een cruciaal element vormen voor de ontwikkeling van de regio als een verenigde, identificeerbare subset binnen het algemene universum van de opkomende markten (vergelijkbaar met Latijns-Amerika, Zuidoost-Azië of Opkomend Europa).

Ondanks de opmerkelijke vooruitgang aan het hervormingsfront is er de afgelopen weken een opflakkering van de volatiliteit geweest, die leidde tot een underperformance op korte termijn van de pan-Arabische indexen. Het gaat hier echter slechts om een tijdelijke, volgens ons zelfs gezonde correctie.

De waarderingen waren in bepaalde segmenten van de VAE-markt wat te hoog geklommen. Er was een groot volume aan speculatief geld in de markten van de VAE en Qatar gepompt in de aanloop naar hun statusopwaardering tot opkomende markt door MSCI op 1 juni. De VAE-markt werd ook getroffen door de perikelen van een van de sterkst verhandelde aandelen op de markt in juni. De Qatarese markt stond dan weer onder druk door het negatieve sentiment dat voortvloeide uit de beschuldigingen dat er smeergeld was betaald om het emiraat aan de Wereldbeker 2022 te helpen.

Hoewel het conflict in Irak nogal wat internationale beleggers op een afstand en de risicopremies in de regio hoog houdt, lijkt de politieke achtergrond in een aantal landen van de regio te zijn verbeterd. In Egypte werd de verkiezing in mei van president Abdel Fattah el-Sisi, het vroegere hoofd van de strijdkrachten, begroet met de toezegging van nieuwe steunmaatregelen van Egyptes GCC-buren. De beleggers hadden ook oog voor de blijkbaar serieuze inspanningen van de Egyptische overheid om het begrotingstekort terug te dringen, onder andere door te snoeien in de energiesubsidies en nieuwe belastingmaatregelen in te voeren.

De uitverkoop van juni houdt niet in dat wij sceptisch zouden zijn geworden over de vooruitzichten voor de MONA-regio, verre van. De recente verkoopgolf gebeurde zonder veel onderscheid, zodat namen van hogere kwaliteit werden meegesleurd door bedrijven met zwakkere fundamentals. Wij profiteren dan ook van deze marktcorrectie om namen op te nemen die beantwoorden aan onze beleggingsrichtlijnen. Wij denken dat bepaalde bedrijven op deze markten een interessant potentieel blijven bieden.

Wij gaan er ook van uit dat de GCC-aandelen doorgaans kenmerken vertonen die beleggers zullen blijven aantrekken tijdens de rest van het jaar. De gemiddelde dividendopbrengst in de regio is een van de hoogste ter wereld, en de wat hogere koers/winst-multiples dan op andere opkomende markten zijn volgens ons gerechtvaardigd door de solide winstgroei in de GCC, naast het aanzienlijke groeipotentieel van de regio buiten de aardoliesector. In dat kader voorspelde het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in mei dat de groei exclusief aardolie in de GCC zou toenemen van 5,4% in 2013 naar 5,7% dit jaar.[4] Bovendien zetten de GCC-landen de diversificatie van hun economieën voort om minder afhankelijk te worden van koolwaterstoffen, vertonen de overheidsfinanciën een overschot en wordt hun binnenlandse economie gestimuleerd door grootschalige, volledig gefinancierde infrastructuurprogramma’s. Stijgende rentevoeten in de VS ten slotte zouden de relatieve aantrekkelijkheid van de GCC-landen versterken, waarvan de meeste gekoppeld zijn aan de US dollar. 

U kunt meer inzichten van Franklin Templeton Investments in uw inbox ontvangen. Schrijf in op de Beyond Bulls & Bears blog.
Voor tijdige beleggingstips kunt u ons volgen op Twitter @FTI_Global en op LinkedIn.

Wat zijn de risico’s?
Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder een mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug. Beleggingen met een potentieel voor hogere opbrengsten gaan doorgaans ook gepaard met een hoger risico. Aandelenkoersen vertonen soms snelle en scherpe schommelingen als gevolg van factoren die een invloed hebben op individuele bedrijven, specifieke sectoren of bedrijfstakken, of op de algemene marktomstandigheden. Beleggingen in het buitenland zijn onderhevig aan speciale risico’s zoals koersschommelingen, economische instabiliteit en politieke ontwikkelingen. Beleggingen in landen met een opkomende markt, waar frontiermarkten een subset van vormen, gaan gepaard met grotere risico’s die verband houden met dezelfde factoren, bovenop de risico’s die verbonden zijn aan hun relatief geringe omvang, de lagere liquiditeit en het gebrek aan een gevestigd wettelijk, politiek, zakelijk en sociaal kader om effectenmarkten te ondersteunen. Omdat deze kaders doorgaans nog minder ontwikkeld zijn op de frontiermarkten, en gelet op diverse factoren zoals het hogere risico van extreme koersvolatiliteit, illiquiditeit, handelsbarrières en deviezencontroles, gelden de risico’s van de opkomende markten nog sterker voor frontiermarkten.


 [1]Bron:Deutsche Bank Equity Research – Midden-Oosten, 9 juli 2014.

[2] Cijfer berekend op basis van de MENA Exchanges Average Daily Value-Traded (omzet) in JP Morgans “MENA Highlights for June,” 3 juli 2014.

[3] Emirates News Agency, 20 juli 2014.

[4] Bron: IMF Regional Economic Outlook, Update – Middle East and Central Asia Department, Statistical Appendix. Copyright © 2014. Internationaal Monetair Fonds. Alle rechten voorbehouden.