Beyond Bulls & Bears

Goudlokje en de drie beren: zijn de ideale groeiomstandigheden voor de eurozone in gevaar?

This post is also available in: Engels Frans Italiaans Duits Spaans Pools

In de ogen van veel waarnemers beleeft de eurozone momenteel een Goudlokje-moment: de omstandigheden voor economische groei zijn “net goed”. David Zahn, directeur European Fixed Income van de Franklin Templeton Fixed Income Group, is het daarmee eens. Net zoals Goudlokje, krijgt de eurozone te maken met beren. Niet de pap etende bewoners van het grote sprookjesbos, maar commentatoren die twijfelen aan het QE-programma van de Europese Centrale Bank of wijzen op nieuwe cijfers waaruit moet blijken dat Duitsland niet meer de machtige Europese locomotief van weleer is. Hoewel deze zwartkijkers mee aan de basis lagen van de recente verkoopgolf op de Europese obligatiemarkt, gelooft Zahn dat er redenen tot optimisme zijn en dat de eurozone de beren een stap voor zal kunnen blijven. Hieronder leest u waarom.

David Zahn
David Zahn

David Zahn, CFA, FRM
Head of European Fixed Income
Senior Vice President
Franklin Templeton Fixed Income Group

In de eurozone, die bestaat uit de 19 Europese landen die de euro als gemeenschappelijke munt delen, zijn de omstandigheden voor groei in onze ogen momenteel ideaal. Het zou ons dus wel enigszins verontrusten als de economie er niet zou groeien.

Diverse factoren dragen bij tot het gunstige groeiklimaat in de eurozone: zo is olie vandaag een flink stuk goedkoper dan een jaar geleden, wat de Europese economie ondersteunt. Tegelijk noteert de euro veel lager dan een jaar geleden, en daarvan profiteren de exporteurs. Intussen is het QE-programma (quantitative easing, kwantitatieve versoepeling) van de Europese Centrale Bank (ECB) van start gegaan, en de ECB-bestuurders lijken vastberaden om te bewijzen dat het hen menens is.

Toch denken wij dat de regio wellicht niet zal kunnen profiteren van het “stapeleffect” van groeicijfers die jaar na jaar aanhouden, vooral nu de olieprijzen beginnen te stabiliseren en de neerwaartse beweging van de euro bijna gestuit lijkt. Wij verwachten geen grote achteruitgang in de eurozone, maar we zijn er ons van bewust dat de groei in Europa de afgelopen maanden bijzonder sterk was. Het groeitempo zou dus een start kunnen maken met vertragen, waarschijnlijk ergens later dit jaar.

20150619_Zahn Bond slide_PA_dut (2)

Een van de redenen waarom wij denken dat de groei zou kunnen vertragen is dat Duitsland, de traditionele groeimotor van de eurozone, niet zo sterk groeit als de meeste waarnemers hadden gehoopt. Vooral vergeleken met andere economieën in de regio die het moeilijk hebben gehad, maar het nu beter doen.

In veel gevallen zijn het de landen die fundamentele hervormingen hebben ingevoerd die nu uitpakken met sterke groeicijfers. Zo heeft Italië zijn structurele begrotingstekort omgebogen in een structureel overschot, en het land lijkt de recessie nu achter zich te hebben gelaten. Ook Spanje heeft zijn arbeidsmarkt tot op zekere hoogte hervormd en lijkt zijn begrotingstekort nu onder controle te hebben. De Spaanse economie is de afgelopen maanden sterker gaan groeien.

Dat betekent echter niet dat Italië en Spanje nu op hun lauweren mogen rusten, want volgens veel waarnemers blijft de hoge werkloosheid een van de grootste uitdagingen voor beide landen. Spanje en Italië hebben in onze ogen hun arbeidsmarkt nog niet voldoende hervormd, maar dat komt wellicht nog.

Andere landen hebben eerder aangekondigde hervormingsplannen voorlopig opgeborgen, in sommige gevallen door de economische groei en de lage rente.

Tegen deze, over het algemeen, positieve achtergrond en met het lopende QE-programma vinden wij dat Europese obligaties, vooral in de zogenaamde periferie – de minder rijke landen
van de eurozone met een hogere schuldenlast – een goede waarde bieden bij de huidige rente. Er is volgens ons minder waarde te vinden bij de kernlanden, maar toch meer dan in april.

In april en mei werden de Europese obligatiemarkten overspoeld door een verkoopgolf. Maar dat was in onze ogen niet zozeer het gevolg van een drastische verandering in de onderliggende fundamentals van de eurozone, maar eerder van de technische en positionele standpunten van sommige beleggers.

De aanleiding tot de uitverkoop lijkt de lage rente te zijn geweest die midden april werd betaald op de Europese obligatiemarkt. Een objectievere kijk op de cijfers leert echter dat de Europese rente vandaag niet veel is veranderd sinds het begin van het jaar: sommige liggen iets hoger en andere iets lager, maar in het algemeen zijn er geen grote veranderingen opgetreden. Dat voert ons dan ook naar de stelling dat er geen redenen zijn om nu minder positief te zijn over de vooruitzichten voor de Europese vastrentende markten dan in het eerste kwartaal.

Een belangrijke factor in onze kijk op de eurozone is de ferme houding die de ECB aanneemt ten opzichte van haar QE-programma. De ECB heeft duidelijk gemaakt dat ze van plan is effecten te blijven opkopen tot september 2016, en mogelijk langer indien nodig.

Verschillende waarnemers hebben de mogelijkheid besproken van een eventuele terugschroeving van het QE-programma door de ECB. Op basis van recente uitspraken van de ECB-voorzitter, Mario Draghi, en andere leden van de raad van bestuur van de bank, is de kans volgens ons zeer klein dat de ECB het programma zou beperken. Tenzij de economische context drastisch verandert.

Als de cijfers niet sterk veranderen, denken wij dat het programma zal worden voortgezet tot september volgend jaar en mogelijk zelfs langer.

Het is ook interessant om op te merken dat de recente volatiliteit van de Europese obligatiemarkt actieve portefeuillebeheerders, zoals wij, de mogelijkheid biedt om te profiteren van beleggingskansen.

Het lijkt ons heel goed mogelijk dat de markten in Europa iets volatieler zullen blijven – minstens op korte termijn. In dat scenario komt actief beleggingsbeheer helemaal tot zijn recht, omdat het beheerders de kans geeft op zoek te gaan naar potentiële kansen die niet in indexen te vinden zijn.

Wij streven er ook naar het valutarisico verbonden aan onze beleggingen in Europa actief te beheren, en wij geloven dat de flexibiliteit om beleggingen op het juiste moment te spreiden over verschillende landen een belangrijke meerwaarde kan bieden.

De verklaringen, meningen en analyses in dit document vertegenwoordigen het persoonlijke standpunt van de beleggingsbeheerder. Zij zijn enkel bedoeld ter algemene informatie en mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of als een aanbeveling of verzoek om enig effect te kopen, te verkopen of te houden, of enige beleggingsstrategie te volgen. Ze vormen geen wettelijk of fiscaal advies. De informatie in dit document wordt verstrekt per de publicatiedatum en kan zonder kennisgeving veranderen en ze is niet bedoeld als een volledige analyse van elk belangrijk feit over een land, regio, markt of belegging.

Er kunnen bij de opstelling van dit materiaal gegevens van externe bronnen zijn gebruikt die niet door Franklin Templeton Investments (“FTI”) onafhankelijk zijn gecontroleerd of bevestigd. FTI aanvaardt geen aansprakelijkheid voor verliezen die voortvloeien uit het gebruik van deze informatie, en de gebruiker dient zelf te bepalen in welke mate hij wil vertrouwen op deze verklaringen, meningen en analyses. Producten, diensten en informatie zijn mogelijk niet in alle rechtsgebieden beschikbaar en worden door met FTI gelieerde ondernemingen en/of hun distributeurs alleen aangeboden als dat door de lokale wet- en regelgeving wordt toegestaan. Gelieve uw eigen professioneel adviseur te raadplegen voor meer informatie over de beschikbaarheid van producten en diensten in uw rechtsgebied.

CFA® en Chartered Financial Analyst® zijn handelsmerken die eigendom zijn van het CFA Institute.

U kunt meer inzichten van Franklin Templeton Investments in uw inbox ontvangen door in te schrijven op de Beyond Bulls & Bears blog.

Voor tijdige beleggingstips kunt u ons volgen op Twitter @FTI_Global en op LinkedIn.

CFA® en Chartered Financial Analyst® zijn handelsmerken die eigendom zijn van het CFA Institute.

Wat zijn de risico’s?

Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder een mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug. Veranderingen in de rente beïnvloeden de waarde van een portefeuille en zijn opbrengst. Obligatiekoersen evolueren doorgaans in omgekeerde richting als rentevoeten. Wanneer de koersen van obligaties in een portefeuille zich aanpassen aan een stijging van de rentevoeten, kan de opbrengst van de portefeuille dan ook dalen. Beleggingen in het buitenland zijn onderhevig aan speciale risico’s zoals wisselkoersschommelingen, economische instabiliteit en politieke ontwikkelingen. Beleggingen in opkomende markten gaan gepaard met hogere risico’s vanwege diezelfde factoren, naast risico’s die voortvloeien uit hun relatief kleine omvang en lagere liquiditeit. In een actief beheerde beleggingsportefeuille is er geen garantie dat de beleggingstechnieken en risicoanalyses die de beleggingsbeheerder toepast de gewenste resultaten zullen opleveren.