Beyond Bulls & Bears

Vast inkomen

Een meer inschikkelijke Fed

De Amerikaanse Federal Reserve vond geen dwingende reden om de rente op de beleidsvergadering van maart te verhogen, en behield de referentierente op korte termijn (fed-fundsrente) op ¼ tot ½ procent. Hoewel dit voor de meeste marktdeelnemers geen verrassing was, maakten de beleidsmakers een inschikkelijker beleid kenbaar, met een bescheiden tempo van waarschijnlijk slechts twee renteverhogingen dit jaar. Chris Molumphy van Franklin Templeton Fixed Income Group legt uit wat dit voor vastrentende beleggers betekent, en wat volgens hem het langetermijnrisico is dat veel marktdeelnemers kennelijk over het hoofd zien.

This post is also available in: Engels Vereenvoudigd Chinees Frans Italiaans Duits Spaans Pools

De vergadering van het Federal Open Market Committee zorgde niet voor grote verrassingen, toch werd het bijzonder soepele standpunt van de Federal Reserve (Fed) zeker bevestigd. Wij verwachten dat het beleid in de nabije toekomst nog extreem inschikkelijk zal blijven.

Meer inschikkelijker standpunt op de Fed-vergadering van maart

Volgens een analyse van de specifieke prognoses die de Fed op zijn beleidsvergadering van maart heeft geactualiseerd, is de grootste verschuiving duidelijk de geactualiseerde prognose voor de fed-fundsrente voor eind 2016 en in zekere mate de prognose daarna. Wat we in wezen zagen was een prognose waaruit bleek dat er in de loop van 2016 twee renteverhogingen van de fed-fundsrente zouden plaatsvinden, telkens met 25 basispunten.  In december 2015 had de Fed nog een cyclus van vier waarschijnlijke verhogingen met 25 basispunten aangekondigd, dus dit was een vrij belangrijke verandering.

Een andere geactualiseerde prognose van de Fed, over de verwachte groei van het bruto binnenlands product (bbp) voor het jaar 2016, werd enigszins verlaagd van 2,4% naar 2,2%. Ook werden de inflatieverwachtingen enigszins teruggeschroefd, en werd de prognose voor de consumptieve bestedingen van de gezinnen teruggebracht van 1,6% naar 1,2%.

Alles bij elkaar weerspiegelt de voornaamste motivering voor al deze veranderingen (volgens de Fed) de algemene verwachtingen ten aanzien van een zwakke wereldwijde groei en bezorgdheid over de volatiliteit op de financiële markten die in de eerste maanden van het jaar een hoogtepunt bereikte, maar nog steeds aanhoudt.

Naast de notulen van de vergadering behandelde Fed-voorzitter Janet Yellen ook enkele belangrijke vragen en zorgen tijdens de persconferentie achteraf. Wat bepaalde Amerikaanse economische indicatoren betreft, bleef ze redelijk positief over de vooruitzichten voor de Amerikaanse werkgelegenheid, en vermeldde zelfs de lonen en de eventuele lichte stijging ervan. Ze was ook nog steeds redelijk optimistisch over de globale Amerikaanse economie, en wees erop dat de inflatie recent enigszins is gestegen. Deze context is opmerkelijk omdat hij gepaard gaat met een extreem inschikkelijke monetaire beleidskoers en een soepele houding voor de toekomst.

De wereldwijde groei en andere factoren buiten de Verenigde Staten kunnen een invloed uitoefenen op de Amerikaanse werkgelegenheids- en inflatietendensen, en bijgevolg op het monetaire beleid. De Fed heeft hier specifiek naar verwezen in zijn vergaderingen tijdens het eerste kwartaal van 2016. Niettemin is één van de belangrijkste thema’s voor beleggers in 2016 dit steeds grotere verschil tussen het monetaire beleid in de Verenigde Staten en de rest van de ontwikkelde wereld. Europa, Japan en zelfs China voeren een nog meer inschikkelijker beleid dan de Verenigde Staten. Terwijl de Verenigde Staten (weliswaar in een trager tempo) naar een strakker beleid evolueert, blijft de rest van de ontwikkelde wereld versoepelen.

Naarmate 2016 vordert, verwachten we dat deze verschillen in monetair beleid wellicht een impact zullen hebben op de Amerikaanse dollar. Wij verwachten dan ook dat de dollar in de loop van de tijd zal stijgen ten opzichte van de belangrijkste andere valuta’s. Ook zal dit volgens ons gevolgen zal hebben voor de Amerikaanse rente op langere termijn. We hebben dit jaar al kunnen vaststellen dat er aanzienlijke wereldwijde activa naar Amerikaanse staatsobligaties zijn gevloeid, waardoor het niveau van de langetermijnrente wordt tegengehouden. Als we kijken naar de rente op Amerikaanse staatsobligaties, dan zou die op basis van fundamentele factoren enigszins moeten stijgen, maar desalniettemin zijn de wereldwijde stromen naar Amerikaanse activa een compenserende kracht die volgens ons zou kunnen aanhouden.

Ik weet niet of de recentste update van de Fed onze vooruitzichten per se in grote mate verandert, maar het bevestigt wel wat we voor de toekomst zouden kunnen verwachten. Namelijk dat het monetaire beleid extreem inschikkelijk zal blijven.

Inflatierisico

De Verenigde Staten zijn een economie waar de dienstensector een overheersende rol speelt, en bijgevolg is de looninflatie doorgaans bepalend voor de totale inflatie. We weten dat de arbeidsmarkten in de Verenigde Staten de afgelopen jaren blijk hebben gegeven van een geleidelijke verbetering, en de werkloosheid bevindt zich bijna op een niveau waarvan we typisch zouden verwachten dat de looninflatie enigszins stijgt. Als de werkloosheid blijft dalen en het aantal nieuwe banen nog in de buurt blijft van het forse tempo dat we de afgelopen jaren konden waarnemen, dan zou dat volgens ons moeten leiden tot een hogere looninflatie. Per februari is het gemiddelde uurloon jaar op jaar met iets meer dan 2% gestegen. We zouden niet noodzakelijk verwachten dat dat cijfer aantoonbaar stijgt, maar in de loop van dit en volgend jaar zou het wel geleidelijk hoger moeten klimmen. In alle eerlijkheid baart het ons zorgen dat er extreem weinig aandacht is besteed aan de mogelijkheid van looninflatie.

Zeker de eigen prognoses van de Fed hebben vooral aandacht voor de PCE-index als de belangrijkste graadmeter voor de inflatie. En zelfs als we vooruitblikken op de komende tweeënhalf jaar, dan lijkt die graadmeter op of onder de 2% te liggen, in de buurt van het niveau van vandaag. Het is interessant dat Fed-voorzitter Yellen bevestigt dat krappere arbeidsmarkten doorgaans tot inflatie leiden, maar tijdens de vraag-en-antwoordsessie van de vergadering van maart toch elke mogelijke bezorgdheid over de inflatie lijkt te bezweren.

Hoewel de marktconsensus zich op dit moment geen zorgen lijkt te maken over de inflatie, weten we dat dit snel kan veranderen. Op langere termijn is een hoger dan verwachte inflatie volgens ons zeker een potentieel risico voor vastrentende beleggers.

De hoogrentende markt vertoont tekenen van stabiliteit

Als we een bredere blik werpen op bepaalde segmenten van de kredietmarkt, dan zagen we in december 2015 door de media aangewakkerde volatiliteit in verband met een noodlijdend hedgefonds die een negatieve impact had op het hoogrentende segment. Naar onze mening was de paniek grotendeels overdreven. Half februari bereikte de sector echt een dieptepunt, onder invloed van de bezorgdheid over de zwakkere wereldwijde groei en de olieprijs die tot onder $30 per vat was gezakt, maar de laatste maand heeft de sector zich aanzienlijk hersteld. Beleggers lijken opnieuw belangstelling te hebben voor zogenaamde risicoactiva, precies door de ommekeer van die twee factoren: de vrees over de tragere wereldwijde groei is afgenomen en de olieprijzen zijn gestegen.

Basisbeginselen zoals hoogrentende beleggingen zijn bepalend voor een sector, en volgens ons is het klimaat positief, met redelijke tot zelfs voordelige waarderingen. Het is de moeite om op te merken dat we ons in de Verenigde Staten stilaan in de latere fasen van deze specifieke economische cyclus bevinden, maar voorlopig is het einde van de groei nog niet noodzakelijk in zicht.

Ook over bedrijfskrediet in het algemeen zijn we redelijk optimistisch, aangezien de economische vooruitzichten redelijk gunstig lijken te zijn. Bij krediet van beleggingskwaliteit, hoogrentende effecten en leningen met hefboomwerking nemen we vaak dezelfde kenmerken of fundamentele drijfkrachten waar. Als we de balansen en de liquiditeit van bedrijven onder de loep nemen, dan zijn wij globaal van mening dat de markten voor bedrijfskrediet er redelijk goed voor staan, en de algemene tendensen in het bedrijfsleven wijzen op redelijk optimistische vooruitzichten en een redelijk gezond klimaat.

Wij zijn van oordeel dat een grotere, door de wereldwijde centrale banken gegenereerde liquiditeit gunstig zal zijn voor de sectoren van het bedrijfskrediet en de economisch gestuurde marktsegmenten, althans op korte tot middellange termijn. Dus ook voor bedrijfskrediet van beleggingskwaliteit, hoogrentende instrumenten en leningen met hefboomwerking. Onder overigens gelijke omstandigheden zouden we, op basis van het thema van het wereldwijd uiteenlopende monetaire beleid, bovendien verwachten dat de Amerikaanse dollar stijgt ten opzichte van de valuta’s van andere ontwikkelde markten, in het bijzonder op langere termijn.

Bedrijfskrediet heeft de laatste maanden duidelijk met enkele problemen te kampen gehad, en kredieten uit energie- en grondstoffengerelateerde sectoren waren bepalend voor de markt in het algemeen en het hoogrentende segment in het bijzonder. Wij zijn ervan overtuigd dat de obligatiekoersen voor tal van deze bedrijven op een noodlijdend niveau worden verhandeld, dat al rekening leek te houden met het slechtst denkbare scenario. Als we kijken naar de koersen van enkele van deze noodlijdende namen, dan is het opwaarts/neerwaarts potentieel ten opzichte van de huidige koersen naar onze mening sterk asymmetrisch. Asymmetrisch in positieve zin, waarmee we willen zeggen dat er volgens ons meer opwaarts potentieel dan neerwaarts potentieel is. De volatiliteit zal waarschijnlijk nog toenemen, maar globaal denken wij dat die grotendeels volledig in de marktprijzen is verrekend.

 Aandacht voor de inflatie

Ik zeg nogmaals dat we in de Verenigde Staten op lange termijn moeten opletten voor mogelijke inflatie, althans in grotere mate dan op dit moment in de marktprijzen is verrekend. Om die reden hanteren we voor de meeste van onze strategieën en portefeuilles in het algemeen doorgaans een iets kortere duratiepositie. Dat is ons huidige standpunt, hoewel we de basiselementen natuurlijk in de gaten houden naarmate de tijd verstrijkt.

Tot slot blijven er naar onze mening op korte tot middellange termijn in het vastrentende segment kansen ontstaan. Op langere termijn zijn we er ons van bewust dat de inflatie in een latere fase enig renterisico kan veroorzaken.

U kunt meer vooruitzichten van Franklin Templeton Investments in uw inbox ontvangen. Schrijf in op de blog Beyond Bulls & Bears.

Voor tijdige beleggingstips kunt u ons volgen op Twitter @FTI_Global en op LinkedIn.

De verklaringen, meningen en analyses vertegenwoordigen het persoonlijke standpunt van de beleggingsbeheerder. Zij zijn enkel bedoeld ter algemene informatie en mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of als een aanbeveling of verzoek om enig effect te kopen, te verkopen of te houden, of enige beleggingsstrategie te volgen. Ze vormen geen juridisch of fiscaal advies. De informatie in dit document wordt verstrekt per de publicatiedatum en kan zonder kennisgeving veranderen, en is niet bedoeld als een volledige analyse van elk belangrijk feit over een land, regio, markt of belegging.

Er kunnen bij de opstelling van dit document gegevens van externe bronnen zijn gebruikt die niet onafhankelijk door Franklin Templeton Investments (‘FTI’) zijn gecontroleerd of bevestigd. FTI aanvaardt geen aansprakelijkheid voor verliezen die voortvloeien uit het gebruik van deze informatie, en de gebruiker dient zelf te bepalen in welke mate hij wil vertrouwen op deze verklaringen, meningen en analyses. Producten, diensten en informatie zijn mogelijk niet in alle rechtsgebieden beschikbaar en worden alleen door andere gelieerde ondernemingen van FTI en/of hun distributeurs aangeboden als dat door de lokale wet- en regelgeving wordt toegestaan. Gelieve uw eigen beleggingsadviseur te raadplegen voor nadere informatie over de beschikbaarheid van producten en diensten in uw rechtsgebied.

Wat zijn de risico’s?

Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder een mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug.  Obligatiekoersen evolueren doorgaans in omgekeerde richting als rente. Wanneer de koersen van obligaties in een beleggingsportefeuille zich aanpassen aan een stijging van de rentevoeten, kan de waarde van de portefeuille dalen.

Disclaimer over hyperlinks

Koppelingen kunnen verwijzen naar websites/media van derden met informatie en diensten die niet door ons zijn gecontroleerd of goedgekeurd. Wij raden u ten stelligste aan om het privacybeleid, het veiligheidsbeleid, de gebruiksvoorwaarden en andere beleidslijnen van elke website die u bezoekt, te lezen, aangezien wij daarover geen controle hebben en daarvoor niet verantwoordelijk of aansprakelijk kunnen worden gesteld.