In de kijker: Fed verhoogt rente, maar waarschijnlijk blijft de rente langer lager
december 23, 2016

This post is also available in: Engels Frans Italiaans Duits

Download PDF

In de kijker: Professionals van Franklin Templeton Investments geven een korte, maar heldere update over een prangende kwestie voor beleggers.

Over de Amerikaanse rente hoeven de markten (voorlopig) alvast niet meer te tobben. Voor het eerst in een jaar tijd heeft de Amerikaanse Federal Reserve de referentierente voor kortlopende leningen verhoogd. Het lijkt erop dat er nog meer Amerikaanse renteverhogingen in het verschiet liggen, maar volgens Chris Molumphy van Franklin Templeton Fixed Income Group blijft het klimaat van een ‘langer lagere rente’ nog wel even duren. Ook waarschuwt hij voor de uitbundige marktstemming van vlak na de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

Christopher Molumphy

Christopher Molumphy, CFA

Chief Investment Officer
Franklin Templeton Fixed Income Group                                                                                                                           

V: Wat is uw kijk op het besluit van de Federal Reserve (Fed) om de kortetermijnrente te verhogen?

A: In het algemeen heeft de Fed volgens ons een gezonde beslissing genomen, aangezien de beleidsrente zich al zo lang op een ongewoon laag peil bevindt. Het was een langverwachte renteverhoging die al volledig door de markt was ingeprijsd, dus volgens ons is het belangrijker om te kijken naar de verwachtingen van de Fed over hoe de rente zich in 2017 en daarna zou kunnen ontwikkelen.

De beleidsrente is (zelfs na deze verhoging) nog steeds extreem laag, en wij verwachten dat niet alleen de kortetermijnrente maar ook de langetermijnrente in de toekomst waarschijnlijk vrij laag blijft. In 2017 zal de beleidsrente wellicht een gemiddelde van ongeveer 1% bereiken, wat nog steeds extreem laag is. Hoewel we in de toekomst meer renteverhogingen voorzien, verwachten we wel dat ze geleidelijk zullen verlopen. De eerste keer dat de Fed de rente in deze cyclus verhoogde, was in december 2015, dus tussen twee renteverhogingen liggen er 12 volle maanden. Waarschijnlijk duurt het in de toekomst niet zo lang voor de volgende renteverhoging, maar het tempo zal volgens ons extreem geleidelijk verlopen, pakweg 0,75% per jaar in de komende paar jaar. Hoewel de rente stijgt, moeten we volgens ons wel rekening houden met de nominale rente en het tempo van toekomstige renteverhogingen.

V: Wat zijn de implicaties van een hogere rente voor vastrentende beleggers?

A: Allereerst moeten we een duidelijk onderscheid maken tussen kortetermijnrente en langetermijnrente. Wij verwachten dat de Fed de kortetermijnrente in 2017 en daarna zal blijven verhogen, maar de langetermijnrente evolueert volgens de verwachte maatregelen van de Fed, en we hebben al een vrij aanzienlijke stijging kunnen vaststellen. We voorzien dan ook niet noodzakelijk een aanzienlijke extra stijging van de langetermijnrente.

Het is moeilijk om één algemene uitspraak te doen over de verschillende soorten vastrentende beleggingscategorieën, omdat ze elk door andere factoren worden bepaald en elk een andere rentegevoeligheid hebben. Bankleningen met hefboomwerking hebben bijvoorbeeld een vlottende rente en een erg lage duratie, en zouden het goed kunnen doen in een klimaat van stijgende kortetermijnrente, aangezien zij zich continu aan de stijgende rente aanpassen.

Een andere interessante beleggingscategorie is die van de hoogrentende bedrijfsobligaties, die doorgaans beschouwd worden als een middellangetermijnbelegging met een middellange duratie. Sinds de Amerikaanse verkiezingen is de middellangetermijnrente vrij sterk gestegen, maar voor hoogrentende bedrijfsobligaties is niet alleen de rente bepalend, maar net zo goed de economie en de groeiverwachtingen. Als we kijken naar de recente prestaties, heeft de aandelencomponent van hoogrentende bedrijfsobligaties de duratiecomponent – de mate waarin de koers van het instrument gevoelig is voor wijzigingen in de rentevoeten – ruimschoots gecompenseerd.

Obligaties van lagere overheidsinstanties hebben het onlangs wel moeilijk gehad, omdat zij doorgaans een hogere duratie hebben. Natuurlijk hebben ze geleden onder de stijgende langetermijnrente, maar we moeten vooral onthouden dat de beleggingscategorie uiteindelijk op lange termijn zou kunnen profiteren, want als de rente op middellange en langere termijn stijgt, dan profiteren uiteindelijk langeretermijnbeleggers die kunnen herbeleggen in effecten met een hogere rente. Ook hier is het dus belangrijk om geen veralgemenende uitspraken te doen over de stijging van de rente, maar om te begrijpen wat de gevolgen zijn voor verschillende beleggingscategorieën, en om te diversifiëren.

V: In veel landen wordt er gepraat over hogere begrotingsuitgaven. Wat zijn daarvan volgens u de economische en monetaire gevolgen?

A: Er heerst op de markt een duidelijk thema van hogere begrotingsuitgaven, met als potentieel gevolg een hogere economische groei en wellicht hogere rentevoeten. We hebben een ‘risk-on’-rally vastgesteld, waarbij tal van beleggers blijk gaven van een voorkeur voor risicoactiva zoals aandelen en hoogrentende bedrijfsobligaties. We zouden ons de vraag kunnen stellen of de markt niet op de zaken vooruitloopt. Ons antwoord op die vraag is waarschijnlijk ja, althans op korte termijn.

In de Verenigde Staten hebben we voorspellingen gehoord dat de regering van Donald Trump de infrastructuuruitgaven mogelijk verhoogt en de belastingen verlaagt. Wanneer we de details in beschouwing nemen, namelijk het bedrag van deze twee potentiële initiatieven en de timing ervan, dan denken wij dat de markt de gevolgen wellicht in zekere mate overdrijft.

Alleen al wat de belastingen betreft, mogen we niet vergeten dat de Amerikaanse schuld de afgelopen zes à zeven jaar zowat is verdubbeld. Dat brengt ons op een beginpunt voor de schuldquote van ongeveer 75%, wat vrij hoog is. Bovendien heeft het Amerikaanse jaarlijkse tekort zijn dieptepunt al bereikt. Als we één en één bij elkaar optellen, kunnen wij ons met een Congres waar de Republikeinen het voor het zeggen hebben maar moeilijk voorstellen dat er aanzienlijk hogere begrotingsuitgaven of lagere belastingen op tafel liggen.

Op federaal niveau besteden de Verenigde Staten momenteel een relatief bescheiden bedrag aan infrastructuur, maar zelfs als dat bedrag procentueel aanzienlijk zou worden verhoogd, dan wordt de werkelijke invoering van een dergelijke maatregel wellicht uitgesteld. Zoals we in 2009 en daarna al hebben geleerd, zijn er maar weinig meteen uitvoerbare projecten.

Wat de belastingen betreft, is de omvang van een potentiële belastinghervormingswet al teruggebracht; aanvankelijk hoorden we tijdens Trumps campagne cijfers als 10 miljard Amerikaanse dollar over een periode van 10 jaar, maar sinds kort zijn de totale kosten van het plan verlaagd tot ongeveer 3 miljard Amerikaanse dollar gespreid over 10 jaar. Hoewel de markt al lijkt te reageren, is het nog wachten op meer details van een eventueel plan, maar volgens ons zullen fiscale hervormingen in de toekomst wellicht in de tijd worden gespreid en kleiner uitvallen dan aanvankelijk verwacht.

V: Heeft het veranderende Amerikaanse politieke landschap op enige manier een invloed op uw beleggingsstrategie of vooruitzichten?

A: Politiek levert mooie krantenkoppen op, maar op lange termijn worden de markten bepaald door economische fundamentals. Doorgaans brengen wij op basis van het politieke landschap geen aanzienlijke veranderingen aan in onze strategie, maar dit politieke seizoen is in tal van opzichten al erg ongebruikelijk geweest, en we besteden heel veel tijd aan de analyse van de potentiële gevolgen.

We zijn voorzichtig optimistisch dat potentieel minder regulering en lagere belastingen netto een positieve invloed zouden kunnen hebben op de Amerikaanse economische groei en het bedrijfsklimaat in het algemeen, maar een groot deel van de potentiële veranderingen zijn gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het zou al te optimistisch zijn om geen enkele tegenslag te verwachten. De markten zijn misschien wel al te uitbundig over enkele mogelijke positieve veranderingen, en dat enthousiasme mag van ons wel wat worden getemperd. Als beleggers maken wij een afweging tussen de mogelijkheid dat potentiële beleidsveranderingen plaatsvinden en wat er op dit moment op de markt is ingeprijsd.

De verklaringen, meningen en analyses vertegenwoordigen het persoonlijke standpunt van de beleggingsbeheerder. Zij zijn enkel bedoeld ter algemene informatie en mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of als een aanbeveling of verzoek om enig effect te kopen, te verkopen of te houden, of enige beleggingsstrategie te volgen. Ze vormen geen juridisch of fiscaal advies. De informatie in dit document wordt verstrekt per de publicatiedatum en kan zonder kennisgeving veranderen, en is niet bedoeld als een volledige analyse van elk belangrijk feit over een land, regio, markt of belegging.

Er kunnen bij de opstelling van dit document gegevens van externe bronnen zijn gebruikt die niet onafhankelijk door Franklin Templeton Investments (‘FTI’) zijn gecontroleerd of bevestigd. FTI aanvaardt geen aansprakelijkheid voor verliezen die voortvloeien uit het gebruik van deze informatie, en de gebruiker dient zelf te bepalen in welke mate hij wil vertrouwen op deze verklaringen, meningen en analyses. Producten, diensten en informatie zijn mogelijk niet in alle rechtsgebieden beschikbaar en worden alleen door andere gelieerde ondernemingen van FTI en/of hun distributeurs aangeboden als dat door de lokale wet- en regelgeving wordt toegestaan. Gelieve uw eigen beleggingsadviseur te raadplegen voor nadere informatie over de beschikbaarheid van producten en diensten in uw rechtsgebied.

U kunt meer vooruitzichten van Franklin Templeton Investments in uw inbox ontvangen. Schrijf in op de blog Beyond Bulls & Bears.

Voor tijdige beleggingstips kunt u ons volgen op Twitter @FTI_Nederland, @FTI_Belgium en op LinkedIn.

Wat zijn de risico’s?

Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder een mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen, en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug. Obligatiekoersen evolueren doorgaans in de omgekeerde richting van rentevoeten. Wanneer de koersen van obligaties in een beleggingsportefeuille zich aanpassen aan een stijging van de rente, kan de waarde van de portefeuille dalen. Veranderingen in de financiële positie van een obligatie-emittent of in de kredietrating van een obligatie kunnen de waarde van de obligatie beïnvloeden. Leningen met een vlottende rente en hoogrentende bedrijfsobligaties hebben een rating onder investment grade en gaan gepaard met een groter risico van wanbetaling, met een mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal – een risico dat groter kan zijn in een vertragende economie.

CFA® en Chartered Financial Analyst® zijn handelsmerken die eigendom zijn van CFA Institute.