Beyond Bulls & Bears

Alternatieven

Het onderschatte verhaal: hoe de brexit de machtsbalans in de Europese Unie dreigt te verschuiven.

Voor beleggers in vastrentende waarden zou 2018 het jaar moeten worden waarin economische fundamentals opnieuw naar waarde worden geschat. Dat zegt David Zahn, Hoofd van European Fixed Income bij Franklin Templeton. Hij meent echter dat veel beleggers de langetermijngevolgen voor Europa onderschatten die de grootste politieke onzekerheid in deze regio, de brexit, met zich meebrengt.

This post is also available in: Engels Vereenvoudigd Chinees Frans Italiaans Duits Pools

Na een jaar waarin politiek bovenaan de Europese beleggingsagenda stond, verwachten we dat in 2018 de economische fundamentals opnieuw op de voorgrond zullen treden.

Als we echter verder vooruitkijken, dan denken we dat de politiek opnieuw hoog op de agenda zal staan naarmate de gevolgen van de brexit ten volle duidelijk worden.

We denken in het bijzonder dat de brexit aanzienlijke gevolgen zal hebben voor de machtsbalans in het handelsblok, en voor de manier waarop dit blok werkt.

De verkiezing van Emmanuel Macron tot Franse president en de herverkiezing van Angela Merkel als Duitse kanselier – ze zijn beide voorstanders van verdere Europese integratie – doet ons vermoeden dat het politieke leiderschap voor de EU waarschijnlijk het meest stabiel is sinds vele jaren.

Bijgevolg denken we dat, althans in 2018, de politiek naar de achtergrond zal verschuiven en de markten meer aandacht zullen hebben voor het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) en voor de macro-economie.

Onze visie is dat het groeiverhaal in Europa doorgaans positief is, hoewel er enkele redenen tot voorzichtigheid zijn. Bepaalde regio’s zijn immers zwakker dan andere en de inflatie in de eurozone blijft een stuk onder de 2%-doelstelling van de ECB. Dat alles rechtvaardigt nog steeds dat de ECB een soepel beleid voert. We denken dat de kwantitatieve versoepeling (QE) van de ECB nog iets langer zal duren dan wat nu gedacht wordt, namelijk tot september.

We verwachten ook niet dat de ECB de rente zal beginnen te verhogen tot de QE volledig achter de rug is. We gaan er dus van uit dat de rentevoeten in de eurozone niet voor 2020-2021 zullen beginnen te stijgen.

Anderzijds denken we wel dat de samenstelling van de ECB de komende 18 maanden kan wijzigen. Het mandaat van Mario Draghi als ECB-voorzitter loopt immers tot oktober 2019. Er zijn verschillende andere leden van de raad van bestuur van de ECB die volgend jaar naar verluidt zullen aftreden.

Rekening houdend met al deze factoren, denken we dat obligaties in Europa dit jaar binnen een bepaalde bandbreedte zullen evolueren. De rentevoeten kunnen ietwat stijgen ten opzichte van het huidige niveau, maar we verwachten geen aanzienlijke stijging zonder dat de inflatie fors aantrekt, niet enkel in Europa, maar ook daarbuiten.

We zien echter wel mogelijke kansen in bepaalde Europese valuta’s, voornamelijk in de Noorse kroon en de Zweedse kroon. Beide munten zijn onlangs aanzienlijk gecorrigeerd.

Brexit dreigt machtsbalans van de EU op langere termijn te verschuiven

Ondanks het gekibbel dat we momenteel zien, denken we dat er uiteindelijk toch een oplossing uit de bus zal komen tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie.

Bepaalde delen van Europa, met name Ierland en Duitsland, zouden mogelijk immers een forse klap kunnen krijgen indien het Verenigd Koninkrijk de EU zou verlaten zonder een deal. Daarom denken we dat deze delen van Europa er waarschijnlijk voor zullen zorgen dat er een soort deal wordt bereikt, die weliswaar niet optimaal zal zijn voor alle partijen.

Op langere termijn denken we echter dat het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU uiteenlopende houdingen van bepaalde groeperingen binnen het handelsblok zal blootleggen. Het kan bovendien ook de machtsbalans in het Europees Parlement naar de eurozonelanden doen verschuiven.

Zo willen landen zoals Duitsland en Frankrijk een meer geïntegreerde EU, terwijl andere, bijvoorbeeld in Centraal-Europa, de voorkeur geven aan een losser geheel dat hun handelsvoordelen biedt terwijl ze de teugels steviger in handen kunnen houden.

Volgens de regels van het Europees Parlement moet een stem of veto 67% steun krijgen om erdoor te geraken. Momenteel vertegenwoordigen de eurozonelanden zowat 70% van de stemmen in het Europees Parlement. De niet-eurozonelanden, inclusief het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigen de overige 30%.

Momenteel kan een tegenstem van slechts één eurozoneland een stem dus tegenhouden. Maar na het vertrek van het Verenigd Koninkrijk, dat 12% van de stemmen van het Europees Parlement vertegenwoordigt, zal de stem van de niet-eurozonelanden minder luid klinken.

Volgens ons kan dit betekenen dat de EU veel meer een soort euroclub wordt. De landen die de euro niet aangenomen hebben, dienen mogelijk hun positie opnieuw te bekijken indien zij inspraak willen in de toekomst van het blok.

Het Verenigd Koninkrijk heeft trouwens ook de neiging gehad om de EU-begroting economisch gezien strikter te benaderen. Vaak stemde het immers met voornamelijk Noord-Europese landen (inclusief Duitsland) tegen een stijging van de uitgaven.

Zodra het Verenigd Koninkrijk vertrokken is, kunnen landen die voorstanders zijn van meer uitgaven in de EU in de meerderheid terechtkomen, en mogelijk stemmingen winnen, zelfs ondanks de potentiële Duitse oppositie.

We denken dat ook dit een andere dynamiek in het handelsblok kan teweegbrengen, maar waarschijnlijk niet op korte termijn. We geloven echter nog steeds dat de Europese politici al beginnen na te denken over hoe ze met deze nieuwe situatie zullen omgaan. Daarom moeten ook beleggers dit in het achterhoofd houden.

De verklaringen, meningen en analyses in dit document zijn enkel bedoeld ter informatie en mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of als een aanbeveling om in enig effect te beleggen of om enige beleggingsstrategie te volgen. Aangezien de markt- en economische omstandigheden snel kunnen veranderen, worden meningen en analyses weergegeven op de datum van de publicatie, en kunnen ze wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving. Dit document is niet bedoeld als een volledige analyse van elk belangrijk feit over een land, regio, markt, sector, belegging of strategie.

Er kunnen bij de opstelling van dit document gegevens van externe bronnen zijn gebruikt die niet onafhankelijk door Franklin Templeton Investments (‘FTI’) zijn gecontroleerd of bevestigd. FTI aanvaardt geen aansprakelijkheid voor verliezen die voortvloeien uit het gebruik van deze informatie, en de gebruiker dient zelf te bepalen in welke mate hij wil vertrouwen op deze verklaringen, meningen en analyses. Producten, diensten en informatie zijn mogelijk niet in alle rechtsgebieden beschikbaar en worden alleen door andere gelieerde ondernemingen van FTI en/of hun distributeurs aangeboden als dat door de lokale wet- en regelgeving wordt toegestaan. Gelieve uw eigen beleggingsadviseur te raadplegen voor nadere informatie over de beschikbaarheid van producten en diensten in uw rechtsgebied.

U kunt meer vooruitzichten van Franklin Templeton Investments in uw inbox ontvangen. Schrijf in op de blog Beyond Bulls & Bears.

Voor actueel beleggingsnieuws kunt u ons volgen op Twitter @FTI_Nederland en @FTI_Belgium en op LinkedIn.

CFA® en Chartered Financial Analyst® zijn handelsmerken die eigendom zijn van CFA Institute.

Wat zijn de risico’s?

Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder een mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen, en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug. Obligatiekoersen evolueren doorgaans in de omgekeerde richting van rentevoeten. Wanneer de koersen van obligaties in een beleggingsportefeuille zich aanpassen aan een stijging van de rente, kan de waarde van de portefeuille dalen. Beleggingen in buitenlandse effecten houden speciale risico’s in, zoals wisselkoersschommelingen, een onstabiel economisch klimaat en politieke ontwikkelingen.