Beyond Bulls & Bears

Het einde van de kwantitatieve versoepeling door de Fed: een storm in een glas water

Dit artikel is ook beschikbaar in: Engels Frans Italiaans

De afgelopen maanden leken de wereldwijde markten gebiologeerd door de woorden en daden van de Amerikaanse Federal Reserve (of het gebrek daaraan). Maakt de Fed een einde aan zijn reeds lang lopende programma voor kwantitatieve versoepeling (quantitative easing, QE), en zo ja, wanneer? Wordt de geldkraan dichtgedraaid – en zal daardoor de wereldwijde liquiditeit opdrogen? Dezer dagen maken vooral de Amerikaanse markten zich ook nog eens zorgen over de sluiting van de overheidsdiensten, die de onzekerheid – en de volatiliteit – nog verhoogt.

Michael Hasenstab

De eerste tekenen van het aflopen van het QE-programma van de Fed brachten de markten aan het wankelen in juni, en de marktdeelnemers begonnen rekening te houden met een mogelijke start ervan in september. Het was dan ook een verrassing dat de Fed op zijn vergadering van 18 september besloot om voorlopig niets te wijzigen aan het beleid.

Dr. Michael Hasenstab, mededirecteur van het International Bond Department van Franklin Templeton en portefeuillebeheerder, stelt dat de redenen voor de inactiviteit van de Fed ook voor hem een mysterie zijn. 

Maar Hasenstab zei ook dat het belangrijk is dat de beleggers zich niet blindstaren op de ondoorgrondelijkheid van de Fed.

“De aandelen- en obligatiemarkten hadden het einde van de QE ingecalculeerd voor september. Ik denk dat de QE al veel van zijn werkzaamheid heeft verloren, en dat de Fed een perfecte kans heeft gemist om er een einde aan te maken. Ik denk dat het een fout was om dat niet te doen. Misschien zullen we ooit precies te weten komen waarom de Fed niet ingreep in september, maar de beleggers moeten zich niet al te druk maken over die ene beslissing.

“Ik denk dat het nog altijd vast staat dat er een einde zal worden gemaakt aan het QE-programma. Of dat nu in september gebeurt dan wel tijdens de komende maanden maakt weinig uit: het punt is dat de Fed niet eeuwig steun kan blijven bieden aan de obligatiemarkt door schatkistpapier op te kopen. We moeten ons dus hoe dan ook opmaken voor een wereld zonder QE. Ik denk dat het goede nieuws is dat dit al in grote mate is verrekend. Er zullen wat prijsverschuivingen zijn wanneer het zo ver komt, maar we moeten sowieso klaarstaan voor een omgeving waarin de Fed minder aankoopt.”

De wereldwijde liquiditeitspoel blijft vol
Hasenstab wijst er meteen ook op dat het stopzetten van de kwantitatieve versoepeling door de Amerikaanse centrale bank nog niet betekent dat de wereldwijde liquiditeitspoel zou opdrogen.

“Het QE-einde houdt in dat de Fed niet langer water in de poel pompt, maar die poel is nog altijd gevuld met wereldwijde liquiditeit. Aan de andere kant van de wereld is Japan hard bezig met het opendraaien van de kraan. Terwijl de Fed-kraan dus wordt dichtgedraaid, zorgt Japan voor de aflossing. De impact daarvan wordt stilaan duidelijk op de opkomende markten, waar de Japanse banken steeds meer leningen verstrekken. Ik denk dat die dynamiek zal aanhouden, wat moet helpen om het einde van de QE door de Fed te compenseren.”

Volatiliteit = Opportuniteit
Hasenstab stelt dat hij zich geen al te grote zorgen maakt over de in het derde en vierde kwartaal toegenomen volatiliteit op de obligatiemarkt, al ziet hij daar wel verschillende redenen voor. In zijn woorden:
“Zowat ieder jaar is er wel een periode van volatiliteit waar de markten in paniek raken, de correlaties naar één worden gereset en de beleggers alles verkopen wat niet te heet of te zwaar is. Perioden van overdreven volatiliteit, gevolgd door een soort normalisatie, horen er nu eenmaal bij. Ik denk wel dat het massale QE-programma van de Fed de marktontwrichting en de volatiliteit heeft versterkt. Ik zou in dat verband zeggen dat we een verhoogde volatiliteit op de financiële markten mogen verwachten. Dat zou ons echter niet van slag mogen brengen. Integendeel – we moeten klaarstaan om te profiteren van die vlagen van paniek en in te spelen op de kansen. Dat is dan ook wat we hebben gedaan, en wat we altijd doen.

“Het renterisico is een van die gebieden waar wij zeer defensief blijven. Er was heel wat volatiliteit op rentegebied [tijdens de zomer]. De volatiliteit in onze portefeuilles was echter meer het gevolg van de valutamarken: in tijden van paniek is er vaak een algemene uitverkoop van heel wat valuta’s. Wat we in zo’n periode doen, is zorgvuldig de valuta’s selecteren die volgens ons over goede langetermijnfundamentals beschikken, maar nu gewoon worden meegesleurd in de algemene paniek op de markt. De opkomende markten vielen duidelijk binnen die categorie. Door de speculaties over het einde van QE dachten veel mensen dat alle opkomende valuta’s gedoemd waren.”

Hasenstab stelt dat een “handvol” valuta’s van opkomende markten weliswaar in de problemen kunnen komen – doorgaans vooral om binnenlandse redenen – maar dat we daarom nog niet alle dergelijke situaties over dezelfde kam mogen scheren.

“Wat we de afgelopen drie à vier maanden hebben gezien, is dat alle opkomende valuta’s met het badwater werden weggegooid, maar volgens ons zijn er enkele bij die in prima gezondheid verkeren. Het is onze taak om in dergelijke periodes de tijd te nemen en methodisch een onderscheid te maken tussen blinde paniek en fundamentele herwaardering. Zuid-Korea is niet hetzelfde als India, en Turkije is geen Mexico. We denken dat de opkomende markten steeds meer verdeeld zijn tussen markten die afhankelijk zijn van buitenlands kapitaal en verkeerde beleidsbeslissingen hebben genomen, en markten die niet afhangen van buitenlands kapitaal en een goed beleid hanteren. Die laatste groep is waar wij ons op concentreren, met landen zoals Mexico en Zuid-Korea.”

 

U kunt meer inzichten van Franklin Templeton Investments in uw inbox ontvangen. Schrijf in op de Beyond Bulls & Bears blog.
Voor tijdige beleggingstips kunt u ons volgen op Twitter @FTI_Global en op LinkedIn.

Wat zijn de risico’s?
Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug. Obligatiekoersen evolueren doorgaans in omgekeerde richting als rentevoeten. Wanneer de rentevoeten stijgen, dalen de obligatiekoersen en vice versa.

Beleggingen in het buitenland zijn onderhevig aan speciale risico’s zoals koersschommelingen, economische instabiliteit en politieke ontwikkelingen. Beleggingen in opkomende markten gaan gepaard met hogere risico’s vanwege diezelfde factoren, naast risico’s die voortvloeien uit hun relatief kleine omvang en lagere liquiditeit.