Beyond Bulls & Bears

De Fed wacht af, maar hoe lang nog?

Dit artikel is ook beschikbaar in: Engels Frans Italiaans

Op haar beleidsvergadering van 29-30 oktober heeft de Amerikaanse Federal Reserve (de Fed) de afbouw van haar programma voor activa-aankopen ter waarde van USD 85 miljard per maand, dat nu al een jaar loopt, naar later verschoven. In een officieel communiqué na afloop van de vergadering wees de Fed op een aantal begrotingsproblemen die op de groei wogen, en stelde zij dat zij haar programma voor kwantitatieve versoepeling (quantitative easing, “QE”) zal voortzetten tot de arbeidsmarkt “wezenlijk” aantrekt. Christopher Molumphy, Chief Investment Officer bij Franklin Templeton Fixed Income Group®, denkt dat de Fed geen stimuleringsgas zal terugnemen voor het eerste kwartaal van 2014, en een echte verhoging van de rente acht hij weinig waarschijnlijk vóór 2015. Molumphy zet hier zijn kijk op het Fed-beleid en de gevolgen ervan voor de rentemarkten uiteen.

Christopher Molumphy

Christopher Molumphy, CFA®
Chief Investment Officer
Franklin Templeton Fixed Income Group

De oktobervergadering van het Federal Open Market Committee bracht geen echte verrassingen voor de meeste marktdeelnemers. Het was nog maar kort geleden sinds de vorige vergadering van september. Daarbij komt dat de 16 dagen durende overheidsshutdown in de VS in die tussentijd niet alleen de juistheid van bepaalde economische indicatoren op de helling zette, maar er ook voor zorgde dat de publicatie ervan later plaatsvond.

Belangrijker nog inzake de Fed en wat zij volgens ons de komende tijd zou kunnen doen, is dat bepaalde cijfers erop lijken te wijzen dat de economische groei de laatste maanden wat is afgenomen, terwijl ook het tempo van de banenschepping is vertraagd. Deze twee factoren zouden de beleidskentering bij de Fed kunnen uitstellen. Wat dus de stimuleringsafbouw en het terugschroeven van de QE betreft, denken wij dat die pas in het eerste kwartaal van volgend jaar van start zullen gaan. Daarnaast denken wij dat het moment waarop de Fed de eerste verhoging van de Federal Funds-rente zal doorvoeren waarschijnlijk niet vóór 2015 zal vallen. Dat houdt in dat de korte en middellange rente dus langer op een laag peil zullen blijven dan we dachten.

Het ziet ernaar uit dat de Amerikaanse korte rente, voornamelijk onder impuls van de Fed, waarschijnlijk nog een jaar of zelfs anderhalf jaar op nul zal blijven. De inflatie is een sleutelfactor voor de lange rente, en zij blijft op een laag pitje, tussen 1% en 2% in de VS op jaarbasis.[1] Volgens ons zal zij nog een hele poos mild blijven. Ook een eventuele verhoging van de lange rente in de VS zou dus relatief beperkt moeten blijven.

Over een aantal jaren zou de langetermijnrente in de VS echter hoger moeten liggen. Daar zijn twee redenen voor. Enerzijds bedraagt het totaalbedrag van de Amerikaanse nationale schuld, de brutoschuld, nu meer dan USD 17.000 miljard, en blijft hij maar groeien. Dat duizelingwekkende niveau is een bron van ongerustheid. En anderzijds heeft de Fed via haar QE-programma’s nu geld bijgedrukt voor een slordige USD 3.000 miljard, en vroeg of laat moet dat wel tot inflatie leiden. Wij denken dat de combinatie van deze factoren op termijn zal leiden tot een hogere langetermijnrente.

Politieke déjà vu?
Aan de begrotingszijde van het economische plaatje veroorzaakte de politieke impasse die de Amerikaanse overheid voor 16 dagen thuis hield in oktober heel wat tandengeknars, economische ontwrichting en een stevige dosis marktvolatiliteit. Het Congres stemde er uiteindelijk mee in om de overheid aan het werk te houden tot 15 januari, en het schuldenplafond te verhogen tot 7 februari. Volgens ons zullen de komende politieke onderhandelingen wat anders verlopen dan in oktober, al zou er wel een zelfde volatiliteit op de markten kunnen zijn bij de overgang naar 2014. Er is een Congressional Budget Conference Committee opgericht met vertegenwoordigers van zowel Republikeinen als Democraten om een mogelijke oplossing uit te werken, en er wordt een eerste rapport verwacht voor 13 december. We zijn niet al te optimistisch dat zij met een omvattende oplossing voor de dag zullen komen, maar er zou dan toch meer duidelijkheid moeten zijn, en hopelijk ook vooruitgang.

Er komt begin 2014 waarschijnlijk geen nieuwe overheidsshutdown in de VS. Die viel vorige keer niet echt in goede aarde, en het lijkt ons dan ook waarschijnlijk dat de overheid gewoon aan het werk zal blijven, en dat er hoe dan ook een compromis zal worden uitgewerkt. De deadline van 7 februari voor het Amerikaanse schuldenplafond is niet spijkerhard, en zou wel eens kunnen worden verschoven naar midden maart. Het staat echter wel vast dat er nog een stevig robbertje zal worden gevochten rond dat schuldenplafond.

Onze vrees is niet zozeer dat de VS in gebreke zou blijven inzake zijn overheidsschuld, maar wel dat de onzekerheid in het eerste kwartaal van het nieuwe jaar een aanzienlijke volatiliteit zou kunnen veroorzaken. Het zou een goede zaak zijn als er vooruitgang wordt geboekt, niet alleen in het begrotingsproces, maar ook inzake de aanpak van de langetermijnschuld. Voorlopig moeten we echter gewoon afwachten en het beste hopen.

Terugkijkend op deze recentste episode van politiek dansen op de rand van de afgrond, is de impact op zowel de financiële markten als de brede VS-economie relatief beperkt gebleven. Misschien waren de markten niet al te zeer verrast, ten slotte hebben we het allemaal al eerder meegemaakt, en het lijkt erop dat veel beleggers stilaan gewend raken aan de politieke aanstellerij.

Het vertrouwen heeft echter een knauw gekregen, zowel bij de consumenten als bij het kleinbedrijf. Maar misschien nog belangrijker is dat de reputatie van de VS als schuldenaar op de wereldwijde financiële markten is aangetast. Dat is iets waar we niet licht overheen mogen gaan. De recente politieke impasse in de VS heeft het vertrouwen van de rest van de wereld in het beheer van de Amerikaanse overheid van haar schuld bepaald geen goed gedaan. De VS heeft aan status ingeboet.

Kansrijke gebieden
Het vastrentende universum vertoont volgens ons diverse kansrijke zones, ondanks de monetaire- en begrotingsonzekerheid die ons te wachten staat. Vanuit historisch perspectief ligt de rente door de bank genomen op een laag peil. Wij denken dat vooral bedrijfsobligaties tegenwoordig interessant zijn. De fundamentals van de effecten van en onder beleggingskwaliteit en van hefboomleningen ogen aardig goed. De contanten op de bedrijfsbalansen, de beterende winsten en de lage verwachte wanbetalingspercentages vormen een overtuigend beleggingsargument, zeker in combinatie met de waarderingen, die ons in veel gevallen zeer redelijk lijken.

We blijven ook kansen vinden in de wereldwijde vastrentende arena. Diverse landen bieden nog altijd een aanzienlijk hogere rente dan de VS, met betere economische groeivooruitzichten en superieure financiële omstandigheden, nog los van de mogelijkheid van een opwaardering van hun valuta.

 

U kunt meer inzichten van Franklin Templeton Investments in uw inbox ontvangen. Schrijf in op de Beyond Bulls & Bears blog.

Voor tijdige beleggingstips kunt u ons volgen op Twitter @FTI_Global en op LinkedIn.

Wat zijn de risico’s?
Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug. Obligatiekoersen evolueren doorgaans in omgekeerde richting als rentevoeten. Wanneer de rentevoeten stijgen, dalen de obligatiekoersen, en omgekeerd. Leningen met vlottende rente en hoogrentende bedrijfsobligaties hebben een rating onder beleggingskwaliteit en gaan gepaard met een hoger risico van wanbetaling, wat kan leiden tot het verlies van de hoofdsom, een risico dat nog kan toenemen in geval van economische vertraging.

Beleggingen in het buitenland zijn onderhevig aan speciale risico’s zoals koersschommelingen, economische instabiliteit en politieke ontwikkelingen.

CFA® en Chartered Financial Analyst® zijn handelsmerken die eigendom zijn van het CFA Institute.


[1]. Bron: US Bureau of Labor Statistics, september 2013.