Beyond Bulls & Bears

“De grote trek”? Veeleer “De selectieve trek”!

Dit artikel is ook beschikbaar in: Engels Vereenvoudigd Chinees Frans Italiaans

Enkele maanden geleden was er heel wat te doen over de zogeheten “Great Rotation” (de grote trek) waarmee werd verwezen naar de beleggingsverschuiving van vastrentende effecten naar aandelen, die een beeld opriep van een enorme kudde gnoes die de Afrikaanse savannes doorkruisen op zoek naar groener gras. Wanneer beleggers echter in kuddeverband reageren op marktgebeurtenissen, verliezen ze wel eens hun focus op waar ze naartoe trekken, en waarom. Eric Takaha, senior vice president en portefeuillebeheerder, stelt dat er in werkelijkheid meer sprake is van een “selective rotation.” Hij merkt op dat sommige segmenten van de vastrentende markt het prima hebben gedaan dit jaar, en aantrekkelijke kansen zouden moeten blijven bieden voor beleggers die liever zelfstandig denken.

Takaha ziet geen concreet bewijs van de “Great Rotation,” en stipt daarbij aan dat de keuze tussen obligaties en aandelen geen kwestie van alles-of-niets is – en dat ook niet mag zijn.

Eric Takaha

“Er is zeker een netto instroom geweest in de aandelenmarkt, en die heeft het aandelenrendement in 2013 opgekrikt. En kijken we naar de vastrentende markt, dan zien we een uitstroom uit sommige geldmarktinstrumenten en bepaalde overheidsgerelateerde instrumenten. Bankleningen hebben dit jaar echter week na week een positieve instroom genoteerd.[1] Zelfs de hoogrentende bedrijfsobligaties hebben de laatste tijd weer geld zien binnenstromen. Ik denk dat de beleggers doorgaans wel een onderscheid maken tussen enerzijds kortlopende geldmarkten en de zeer lage rente van staatsobligaties en anderzijds de andere vastrentende sectoren die een wat hogere inkomstenstroom bieden.Hoewel we dit jaar dus geld hebben zien gaan naar aandelen en zien komen uit bepaalde vastrentende producten, is er geen sprake van een globale trek vanuit de brede vastrentende markt. We denken dat dit ook voor de nabije toekomst het geval zal zijn, omdat de beleggers blijven zoeken naar hogere rentevoeten en inkomsten door te beleggen in geselecteerde instrumenten die volgens hen wat minder gevoelig zijn voor de rente, terwijl ze zich gerust voelen bij de huidige stand van de kredietcyclus en sommige fundamentals.”

Focus op bedrijfskrediet en wereldwijde obligaties
Takaha belicht het bedrijfskrediet als een segment waar hij dezer dagen extra oog voor heeft, en dat hoogrentende bedrijfsobligaties, hefboomleningen van banken en krediet van beleggingskwaliteit omvat.

“De kredietfundamentals van vandaag ogen relatief gunstig. De afgelopen jaren is het wanbetalingspercentage van zowel hoogrentende- als bankleningen op een zeer laag peil gebleven. De bedrijven van beleggingskwaliteit vertonen over het algemeen een relatief sterke kredietkwaliteit. De bedrijven hebben de afgelopen jaren werk gemaakt van de afbetaling van hun schulden, hun herfinancieringsbehoeften gedrukt en hun liquiditeit opgevoerd. Hoewel sommige bedrijven de laatste tijd wat agressiever uit de hoek zijn gekomen, om aandelen terug te kopen en overnames uit te voeren, is de context van de kredietfundamentals doorgaans relatief intact gebleven.

“Als er een grote verstoring zou komen op macro-economisch gebied, zoals een sterkere vertraging in China, Europa dat weer in recessie verzandt of de Amerikaanse groei die significant afzwakt, zou dat druk zetten op sommige van de gebieden waarin wij belegd zijn, omdat dat de risico-aversie waarschijnlijk zou opvoeren. Maar eigenlijk is de omgeving van lage groei, zoals we die tegenwoordig zien, prima voor bedrijfskrediet. Veel bedrijven kunnen in een dergelijke context hun balans verder opschonen en hun schulden aflossen.”

Los van het bedrijfskrediet moeten de beleggers volgens Takaha ook meer oog hebben voor het wereldwijde aspect van de vastrentende markt.

“We blijven positief staan tegenover wereldwijde obligaties. In bepaalde gevallen bieden ze niet alleen een hogere rente, maar ook het potentieel van een waardestijging van hun valuta. Er is keuze te over aan landen, rentecurves en valuta’s op de markt, en onze specialisten voor wereldwijde obligaties zijn druk op zoek naar wat volgens hen de aantrekkelijkste kansen zijn.

“De afgelopen maanden hebben de Amerikaanse gemeenteobligaties een flinke tik gekregen, en er was heel wat te doen rond Detroit en Puerto Rico, zodat de schrik er goed inzat bij sommige beleggers. De waarderingen op deze markt lijken ons echter relatief aantrekkelijk, zelfs zonder de potentiële belastingvoordelen voor sommige beleggers. We hebben ons in een aantal van deze effecten ingekocht, omdat we denken dat ze een gunstig rendementspotentieel op lange termijn bieden. We kunnen daarvoor een beroep doen op een uitstekend analistenteam, dat de kansen voor onze portefeuilles evalueert.”

Takaha is echter veel minder te spreken over de rentegevoelige zones van de Amerikaanse markten.

“We laten de meer rentegevoelige zones van de Amerikaanse markt links liggen, en dan denken we in de eerste plaats aan schatkistpapier, overheidsinstellingen en effecten van overheidshypotheekinstellingen. Dat is echter niet omdat we denken dat de rente de komende tijd aanzienlijk zal stijgen. Kijken we naar de nominale rente en het rendementspotentieel van de staatsobligatiemarkt in de VS, dan valt daar volgens ons weinig te rapen. De rente ligt weliswaar iets boven zijn laagterecords, maar over het algemeen bevindt zij zich nog steeds op een historisch laag peil. In vergelijking met sommige van deze andere sectoren waar de spreads wat kunnen opleveren, is de mogelijkheid van een valuta-opwaardering interessanter, en het rendementspotentieel van de staatsgerelateerde markten lijkt ons dan ook nogal beperkt.“

 

U kunt meer inzichten van Franklin Templeton Investments in uw inbox ontvangen. Schrijf in op de Beyond Bulls & Bears blog.

Voor tijdige beleggingstips kunt u ons volgen op Twitter @FTI_Globalen opLinkedIn.

Wat zijn de risico’s?
Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug. Obligatiekoersen evolueren doorgaans in omgekeerde richting als rentevoeten. Wanneer de rentevoeten stijgen, dalen de obligatiekoersen, en omgekeerd. Een hoge rente weerspiegelt het hogere kredietrisico waarmee sommige effecten met lagere rating in de portefeuille gepaard gaan. Leningen met vlottende rente en hoogrentende bedrijfsobligaties hebben een rating onder beleggingskwaliteit en gaan gepaard met een hoger risico van wanbetaling, wat kan leiden tot het verlies van de hoofdsom, een risico dat nog kan toenemen in geval van economische vertraging. De risico’s van buitenlandse effecten omvatten wisselkoersschommelingen en politieke onzekerheid. Beleggingen in opkomende markten gaan gepaard met hogere risico’s vanwege diezelfde factoren, naast risico’s die voortvloeien uit hun relatief kleine omvang en lagere liquiditeit. Beleggen in financiële derivaten en het gebruik van technieken met vreemde valuta’s gaan gepaard met specifieke risico’s. De mogelijkheid bestaat dan ook dat de verwachte voordelen niet worden verwezenlijkt en/of dat dit tot verliezen voor het fonds leidt. De waarde van obligaties kan ook worden beïnvloed door een verandering in de financiële gezondheid van een emittent of in zijn kredietrating.


[1] Op basis van de netto stromen op fondsniveau voor de Morningstar OE Bank Loan Category.© 2013 Morningstar, Inc. Alle rechten voorbehouden. De informatie in dit document: (1) is eigendom van Morningstar en/of zijn content providers; (2) mag niet worden gekopieerd of gedistribueerd; en (3) is niet gegarandeerd nauwkeurig, volledig of tijdig. Noch Morningstar, noch zijn content providers zijn aansprakelijk voor schade of verlies dat voortvloeit uit het gebruik van deze informatie. Het rendement in het verleden vormt geen waarborg voor toekomstige resultaten.