Beyond Bulls & Bears

Bedrijfskrediet gaat zijn eigen weg

Dit artikel is ook beschikbaar in: Engels Frans Italiaans

Aan het begin van het jaar maakten de aandelenbeleggers zich zorgen over een mogelijk besmettingseffect van de opkomende markten, terwijl de obligatiebeleggers meer beducht waren voor de gevolgen van de stimuleringsafbouw bij de Amerikaanse Federal Reserve. De markt van het bedrijfskrediet leek echter zijn eigen weg te gaan. Eric Takaha, Director van de Corporate & High Yield Group en Senior Vice President, Franklin Templeton Fixed Income Group®, werpt een nadere blik op de markt van het hoogrentend en bedrijfskrediet en legt uit waarom de fundamentals volgens hem tegenwoordig gunstig zijn.

 

Eric Takaha
Eric Takaha

Eric Takaha
Director van de Corporate & High Yield Group
Senior Vice President, Franklin Templeton Fixed Income Group

In 2014 heeft het bedrijfskredietsegment tot nu toe doorgaans de positieve teneur van de tweede helft van 2013 doorgetrokken. Het vaart daarbij een eigen koers, los van de aandelenmarkten en zelfs van de brede vastrentende markten.

Hoewel er tijdens het tweede kwartaal van vorig jaar wat kortstondige druk stond op de koersen van hoogrentende bedrijfsobligaties, was 2013 doorgaans een periode van versmallende spreads voor bedrijfsobligaties met hoge rente en/of hoge rating, en voor hefboomleningen.

De solide prestaties van de aandelenmarkten vorig jaar hebben ongetwijfeld steun geboden aan kredietbeleggers, gelet op de fundamentele gezondheid van de bedrijfsemittenten. Bovendien noteerde de klasse van de leningen met vlottende rente iedere week van 2013 een positieve instroom, en die trend is doorgetrokken in 2014, wat steun bood aan de vraag naar leningen tijdens de episodes van marktvolatiliteit.[1]  De vlottend-rentende schuldmarkt omvat leningen onder beleggingskwaliteit die worden geregeld door banken en andere financiële stellingen om bedrijven aan financiering, herkapitalisatie en andere transacties met vreemd vermogen te helpen. Ze worden ook wel ‘hefboomleningen’ of ‘bankleningen’ genoemd. Hoewel hefboomleningen doorgaans een kredietrating onder beleggingskwaliteit hebben, zijn ze meestal wel bevoorrecht en gezekerd, wat de leners een zekere bescherming tegen het kredietrisico biedt.

Focus op fundamentals
Ook nu de aandelenmarkten wat gedaald zijn in het begin van 2014 en er een zekere risicoaversie in de financiële markten sijpelt, slaagde het bedrijfskredietsegment er in januari toch in om een positief rendement neer te zetten, mede dankzij de nog steeds gezonde fundamentals.

Wat die fundamentele context betreft, denken we weliswaar dat de bedrijfswinstmarges hun maximum hebben bereikt, maar vorig jaar werd er doorgaans wel vooruitgang geboekt in zowel omzet als winsten. Zelfs bij de huidige zwakte van bepaalde opkomende markten biedt de sterkte van de VS-economie, in combinatie met de stabilisering van de eurozone, voldoende steun voor de bedrijfswinsten.

Zoals verwacht was er toenemende aandacht voor het aandeelhoudersrendement in de vorm van stijgende dividenden, het terugkopen van aandelen en een zekere fusie- en overnameactiviteit. De sluimerende trauma’s van de financiële crisis van 2007–2009 indachtig hebben veel senior management teams en raden echter een hoger niveau van balansconservatisme en liquiditeit aangehouden dan zij anders zouden doen in deze fase van het economische herstel.

Bovendien zijn veel bedrijven er de afgelopen jaren in geslaagd een aanzienlijk deel van hun schulden te herfinancieren via obligaties met langere looptijd en lagere rente. Hoewel de kwaliteit en convenantbeschermingen voor nieuwe bedrijfsemittenten de laatste tijd agressiever zijn geworden, heeft deze gunstige fundamentalsachtergrond geleid tot een wanbetalingspercentage dat duidelijk onder het historisch gemiddelde blijft.[2]

Belangrijk daarbij voor de rest van 2014 is dat er relatief weinig grote emissies zijn waar er een wanbetalingsricico bestaat, wat steun zou moeten bieden aan zowel de hoogrentende als de bankleningen.

Gelet op de focus op de Amerikaanse rentevoeten in 2013, kan het nuttig zijn om even dieper in te gaan op de correlatie of relatie tussen de rente op schatkistpapier en de bedrijfskredietmarkten. Over het algemeen geldt dat als de rente op schatkistpapier stijgt als gevolg van een gezonde of toch beterende economische situatie, dat ook tot uiting komt in ondersteunende fundamentalsvooruitzichten voor krediet.

In periodes van stijgende rentevoeten gebeurt het dan ook vaak dat de spreads van bedrijfskrediet (ten opzichte van schatkistpapier en LIBOR, het tarief waartegen banken op de Londense interbancaire markt geld kunnen lenen van andere banken) versmallen, omdat de beleggers dan uitgaan van een lager risico voor hun bedrijfsbeleggingen in onderliggend krediet. En hoewel veel leningen met een renteminimum werken, bieden de langere looptijd en vlottende rente van deze activaklasse een betere bescherming in geval van stijgende lange rente. In het tweede kwartaal van vorig jaar was er een korte periode van verbredende spreads voor hoogrentende effecten, maar dat is volgens ons in grote mate te wijten aan de tijdelijke uitstroom uit de hoogrentende klasse.

Wij denken dat de berichtgeving op macro-economisch gebied en de technische vraag- en aanbodfactoren dit jaar perioden van volatiliteit kunnen veroorzaken op de bedrijfskredietmarkten. Aangezien de fundamentalsvooruitzichten nog steeds gunstig ogen en het wanbetalingspercentage binnen de perken blijft, behouden wij echter onze positieve kijk op het bedrijfskrediet, vooral bij de hoogrentende bedrijfsobligaties en hefboomleningen, zij het met een meer getemperde verwachting inzake totaalrendement, gelet op de huidige rente.

De verklaringen, meningen en analyses van Eric Takaha zijn louter bedoeld ter informatie, zij mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of een aanbeveling om te beleggen in welke effecten dan ook of om welke beleggingsstrategie dan ook te gebruiken. Omdat markt- en economische omstandigheden snel kunnen veranderen, betreffen de opmerkingen, opinies en analyses de datum van dit document en kunnen zij zonder voorafgaand bericht veranderen. Dit document is niet bedoeld als een volledige analyse van alle wezenlijke feiten betreffende een land, regio, markt, sector, belegging of strategie.                                           

Voor tijdige beleggingstips kunt u ons volgen op Twitter @FTI_Globalen opLinkedIn.

Wat zijn de risico’s?
Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug. Obligatiekoersen evolueren doorgaans in omgekeerde richting als rentevoeten. Wanneer de koersen van obligaties in een beleggingsportefeuille zich aanpassen aan een stijging van de rentevoeten, kan de waarde van de portefeuille dienovereenkomstig dalen.  Een hoge rente weerspiegelt het hogere kredietrisico waarmee sommige effecten met lagere rating in de portefeuille gepaard gaan. Leningen met vlottende rente en hoogrentende bedrijfsobligaties hebben een rating onder beleggingskwaliteit en gaan gepaard met een hoger risico van wanbetaling, wat kan leiden tot het verlies van de hoofdsom, een risico dat nog kan toenemen in geval van economische vertraging. De risico’s van buitenlandse effecten omvatten wisselkoersschommelingen en politieke onzekerheid. Beleggingen in opkomende markten gaan gepaard met hogere risico’s vanwege diezelfde factoren, naast risico’s die voortvloeien uit hun relatief kleine omvang en lagere liquiditeit. Beleggen in financiële derivaten en het gebruik van technieken met vreemde valuta’s gaan gepaard met specifieke risico’s. De mogelijkheid bestaat dan ook dat de verwachte voordelen niet worden verwezenlijkt en/of dat dit tot verliezen voor het fonds leidt. De waarde van obligaties kan ook worden beïnvloed door een verandering in de financiële gezondheid van een emittent of in zijn kredietrating.


 

[1] Bron: S&P Capital IQ Leveraged Commentary & Data, januari 2014.

[2] Bron:Moody’s, januari 2014.