Beyond Bulls & Bears

Obligatiebeleggers vinden tips in de arbeidsmarkt

Dit artikel is ook beschikbaar in: Engels Frans Italiaans

Toen de Amerikaanse Federal Reserve (de Fed) eerder dit jaar haar stimuleringsafbouw inzette, werd er algemeen van uitgegaan dat de beleggers hun vastrentende activa massaal van de hand zouden doen. En er was inderdaad een zekere volatiliteit bij de rentevoeten op schatkistpapier, onlangs nog toen Fed-voorzitter Janet Yellen leek aan te geven dat de rente zo’n zes maanden na het einde van de afbouw zou kunnen worden opgetrokken – vroeger dus dan de meeste marktspelers verwachtten. Maar volgens Christopher Molumphy, Chief Investment Officer van de Franklin Templeton Fixed Income Group, blijft de combinatie van een geleidelijk aantrekkende VS-economie en lage inflatie wijzen op een periode van stabiele Amerikaanse rentevoeten tijdens het komende jaar en daarna. Ondertussen raadt hij aan de arbeidsmarkt nauwlettend in het oog te houden, om zo te weten te komen wanneer het monetaire beleid – en de obligatierente – een versnelling hoger zou kunnen schakelen.

0314_Molumphy_Quote1
Christopher Molumphy

Christopher Molumphy
Executive Vice President, Chief Investment Officer
Franklin Templeton Fixed Income Group®

We hebben onlangs een nieuw inzicht gekregen in de denkwijze van de Fed op haar beleidsvergadering van maart. De Fed kondigde formeel aan dat het soepele beleid zou worden aangehouden en dat de stimuleringsafbouw zou worden voortgezet. Het ziet ernaar uit dat – behoudens een dramatische kentering in de economische vooruitzichten – de Fed haar geleidelijke afbouw zal voortzetten, en dat de aankoop van activa dus rond november-december van dit jaar zal worden stopgezet. Interessant daarbij was dat Fed-voorzitter Yellen leek aan te geven dat een begin zou kunnen worden gemaakt met het optrekken van de rente zo’n zes maanden na de beëindiging van het programma voor activa-aankopen van de Fed. Dat houdt in dat vanaf het midden van 2015 een verstrakking zou kunnen worden ingezet, en de markten hebben daar op gereageerd.

Wij verwachten echter niet dat de Amerikaanse economie al te sterk zal reageren op een hogere rente, vooral als die geleidelijk wordt opgetrokken, wat volgens ons het meest waarschijnlijke scenario is. Er was geen wezenlijk positieve impact op de economie toen de rentevoeten in 2008-2009 werden verlaagd, en we verwachten ook geen uitgesproken negatieve reactie wanneer de rente begint te stijgen. De Fed heeft duidelijk gesteld dat zij de korte rente voorlopig niet zal verhogen, en wat de lange rente betreft, die is voornamelijk gebaseerd op de inflatie, die volgens ons – en de Fed – relatief mild oogt.

We mogen ook niet vergeten dat de Verenigde Staten nu goed en wel aan het herstellen zijn na de dieptepunten van de financiële crisis. Tijdens de laatste 10 economische cyclussen bedroeg de gemiddelde duur van een herstelperiode iets minder dan vijf jaar.[1] Met andere woorden, groeicyclussen duren niet eeuwig.

Het is ook belangrijk voor ogen te houden dat tijdens de eerste vier jaar van het Amerikaanse herstel de bbp-groei bleekjes oogde met amper meer dan 2%.[2] Dat is volgens ons zowat de helft van het groeitempo dat de Verenigde Staten hadden moeten noteren, gelet op de ernst van de recessie in 2009.

Onze huidige aanname, ons ‘basisscenario’ voor de Amerikaanse groei, is een zekere verbetering van de bescheiden niveaus van het begin van het herstel, maar waarschijnlijk niet op het peil van het vroegere langetermijngemiddelde van zo’n 3%.[3] We denken eerder aan een bbp-groei van 2,5% à 3%, wat volgens ons een relatief goed kader biedt voor financiële activa.

De arbeidsmarkt is de sleutel
De arbeidsmarkt speelt een centrale rol in de evolutie van de economie en het beleid van de VS. Een baan is natuurlijk een cruciale factor in het gedrag van de consument en meer bepaald in zijn uitgaven, die goed zijn voor circa 70% van de Amerikaanse economie. De arbeidsmarktinflatie is ook een belangrijke factor voor de algemene inflatie in de VS. Op dit moment lijkt de arbeidsmarktinflatie ons aan de lage kant, er valt immers nog heel wat werkloosheid weg te werken. Uiteindelijk wordt het beleid voor de korte rente van de Fed aangestuurd door de arbeidsmarkt.

Volgens het werkgelegenheidsverslag van het Amerikaanse Department of Labor (gepubliceerd op 7 maart) zijn er in februari 175.000 nieuwe jobs gecreëerd,[4] iets meer dan de algemene marktverwachting, maar wel in lijn met de trend van de afgelopen twee jaar. Van dat totale cijfer zijn er per maand zo’n 125.000 nieuwe jobs nodig om de groei van de bevolking bij te benen. De arbeidsmarkt gaat er dus in feite pas op vooruit boven de 125.000 nieuwe banen.

Een andere belangrijke indicator van het Department of Labor is de gezinsenquête, die een aparte maatstaf van de werkloosheid biedt. In februari steeg de werkloosheid naar 6,7%, tegen 6,6% in januari. De markten kijken vooral naar de arbeidsmarktgegevens, maar beide indicatoren zijn even belangrijk.

Een reden waarom de werkloosheid de evolutie van de arbeidsmarkt niet volgt of weerspiegelt, is dat het percentage van de volwassen Amerikanen dat actief is op de arbeidsmarkt een absoluut dieptepunt heeft bereikt.[5] Doorgaans keren op dit punt van de herstelcyclus meer mensen terug naar de arbeidsmarkt. Dat is nu nog niet het geval, maar we verwachten het wel voor de tweede helft van 2014 en daarna. Dit zou de toename van de werkloosheid wat moeten vertragen, en we verwachten dan ook een aanhoudende en geleidelijke verbetering van de arbeidsmarkt.

Inflatie en rentevoeten
Historisch gezien is de inflatie altijd een sleutelfactor voor de lange rente geweest. Volgens ons zal de trend van milde inflatie van de afgelopen jaren nog een hele tijd aanhouden. De maandelijkse Consumer Price Index (CPI) cijfers in de VS blijven wijzen op een inflatie in de buurt van 1,1%.[6] Daar zal voorlopig niet veel verandering in komen, gelet op de factoren die we aanhaalden voor de arbeidsmarkt, waar nog heel wat achterstand moet worden weggewerkt.

Onze verwachting is dat de langetermijnrente, zoals vertegenwoordigd door 10-jarige staatsobligaties, geleidelijk zal stijgen in 2014. We denken echter niet dat er een scherpe stijging komt, onder andere door het gebrek aan inflatie.

Beleggen buiten de eigen grenzen
Hoe beheren we onze vastrentende beleggingen in een context waar de Amerikaanse rente geleidelijk stijgt en de economie langzaam maar zeker aantrekt? Wij denken dat het vermogen om wereldwijd te denken en te handelen, inclusief het vermogen om te beleggen op markten met een andere rentedynamiek, een hoger groeipotentieel en in veel gevallen lagere overheidsschulden, vandaag van doorslaggevend belang is voor vastrentende beleggers. Wat de verstoringen op de opkomende schuldmarkten betreft, zijn er volgens ons bepaalde situaties waar de fundamentals de algemene uitverkoop van de laatste tijd niet rechtvaardigen. Je zou kunnen stellen dat het kind met het badwater is weggegooid wat de opkomende markten betreft.Deze perioden van verhoogde volatiliteit vormen voor de Franklin Templeton Fixed Income Group een prima moment om selecte kansen op te sporen die volgens ons een goed potentieel vertonen, vooral op de opkomende en frontiermarkten. Wij bekijken uiteenlopende regio’s om in te beleggen, maar we blijven vooral mooie kansen vinden in Azië zonder Japan en Oost-Europa.

Wij denken ook dat het belangrijk is dat vastrentende beleggers verder kijken dan staatsobligaties. Zo lijkt het bedrijfskrediet, dat doorgaans profiteert van beterende fundamentals, tegenwoordig een goed potentieel in te houden. Wij zijn voor onze multisectorale portefeuilles op dit moment ook geïnteresseerd in investment-grade bedrijfsobligaties, high-yield effecten en hefboomleningen. Hefboomleningen – ook leningen met vlottende rente genoemd – zijn bankleningen die, omdat hun rente schommelt met de heersende marktrente, minder renterisico inhouden dan leningen met vaste rente.

 

De verklaringen, meningen en analyses van Christopher Molumphy zijn louter bedoeld ter informatie, zij mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of een aanbeveling om te beleggen in welke effecten dan ook of om welke beleggingsstrategie dan ook te gebruiken. Omdat economische en marktomstandigheden snel kunnen veranderen, betreffen de opmerkingen, opinies en analyses de datum van dit document en kunnen zij zonder voorafgaand bericht veranderen. Dit document is niet bedoeld als een volledige analyse van alle wezenlijke feiten betreffende een land, regio, markt, sector, belegging of strategie.

Voor tijdige beleggingstips kunt u ons volgen op Twitter @FTI_Globalen opLinkedIn.

Wat zijn de risico’s?
Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder een mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug. Obligatiekoersen evolueren doorgaans in omgekeerde richting als rentevoeten. Wanneer de rentevoeten stijgen, dalen de obligatiekoersen, en omgekeerd. De waarde van obligaties kan ook worden beïnvloed door een verandering in de financiële gezondheid van een emittent of in zijn kredietrating. Leningen en schuldeffecten met vlottende rente hebben vaak een rating onder beleggingskwaliteit. Beleggingen in leningen en schuldeffecten met vlottende rente, die doorgaans een hogere rente en lagere rating vertonen, gaan gepaard met een hoger risico van wanbetaling, dat kan leiden tot het verlies van de hoofdsom. Beleggingen in buitenlandse effecten houden speciale risico’s in, zoals wisselkoersschommelingen, economische instabiliteit en politieke ontwikkelingen. Beleggingen in landen met een opkomende markt, waar frontiermarkten een subset van vormen, gaan gepaard met grotere risico’s die verband houden met dezelfde factoren, boven op de risico’s die verbonden zijn aan hun relatief geringe omvang, de lagere liquiditeit en het gebrek aan een gevestigd wettelijk, politiek, zakelijk en sociaal kader om effectenmarkten te ondersteunen. Omdat deze kaders doorgaans nog minder ontwikkeld zijn op de frontiermarkten, en gelet op diverse factoren zoals het hogere risico van extreme koersvolatiliteit, illiquiditeit, handelsbarrières en deviezencontroles, gelden de risico’s van de opkomende markten nog sterker voor frontiermarkten.


 [1] Bron: © Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Alle rechten voorbehouden.

[2] Bron: US Bureau of Economic Analysis.

[3] Ibid.

[4] Bron: US Bureau of Labor Statistics.

[5] Ibid.

[6] Ibid.