Beyond Bulls & Bears

Beperking van het renterisico in vastrentende markten

Dit artikel is ook beschikbaar in: Engels Frans Italiaans

De rentevoeten beginnen in veel delen van de wereld weer te stijgen, na een lange periode waarin, door de diepte en ernst van de financiële crisis in 2008–2009, veel centrale banken de benchmarktarieven voor leningen op historisch lage niveaus hielden. David Zahn, hoofd European Fixed Income, Franklin Templeton Fixed Income Group®, denkt dat rentestijgingen in de Europese markten nog niet voor meteen zijn, en gelet op de aanhoudende verstrakking van de rentespreads, is hij van mening dat Europa enkele van de meer aantrekkelijke vastrentende beleggingskansen op middellange termijn zou kunnen bieden, vooral wanneer de landen op hun individuele verdiensten worden beoordeeld.

David Zhan
David Zhan

David Zahn, CFA®, FRM
Hoofd European Fixed Income
Senior Vice President, Portefeuillebeheerder
Franklin Templeton Fixed Income Group® 

Historisch gezien hebben vastrentende beleggingen met een kortere looptijd in een context van stijgende rentevoeten betere resultaten behaald bij een lager risico in vergelijking met obligaties met een langere looptijd. Terwijl zowel de opbrengsten van kortlopende obligaties als die van langlopende obligaties meestal stijgen als reactie op rentestijgingen, is het effect op de prijs langduriger bij schuldeffecten met een lange termijn, omdat hun opbrengst relatief minder aantrekkelijk wordt dan de opbrengst van nieuwe effecten die met dezelfde vervaldatum worden uitgegeven.

In Europa, met zijn uiteenlopende staatspapiermarkten, zijn er volgens ons extra mogelijkheden om rendement te behalen. Het opbrengstverschil tussen Italiaanse en Duitse overheidsobligaties, bijvoorbeeld, blijft voor ons aantrekkelijk, ondanks de duidelijke spreadversmalling sinds midden 2012.

European Chart

Meer beleggingskansen in spreads op staatspapier
Hoewel de opbrengsten van Italiaanse obligaties al flink zijn gedaald sinds midden 2012, vinden wij dat ze nog onvoldoende rekening houden met de mogelijke voordelen van de structurele economische hervormingen die (zij het aarzelend) worden doorgevoerd in dat land, terwijl in de opbrengsten van Duitse Bunds nog steeds een premie voor hun status als “veilige haven” is verrekend, die volgens ons niet verdiend is.

Wij trekken twee conclusies uit de grote variatie van rendementen. De eerste is dat een actieve benadering om de landenspreiding te beheren cruciaal is om het rendementspotentieel te verbeteren. Onze tweede conclusie is dat, hoe de fundamentals van de eurozone, de EU of Europa ook worden voorgesteld, beleggers deze eenheden niet mogen beschouwen als homogeen of als een combinatie van groepen, zoals de “kern” en de “periferie” van de eurozone, maar zich in plaats daarvan moeten concentreren op de precieze vaststelling van de overheidsobligaties die mogelijk de aantrekkelijkste risico-rendementsprofielen bieden.

De kredietfundamentals van elk land op middellange termijn beoordelen is een cruciaal onderdeel van onze benadering van de Europese overheidsobligatiemarkten. Zo geloven wij dat de vooruitzichten voor de Italiaanse staatsschuld grotendeels positief blijven. Ons initiële beleggingsstandpunt werd ingenomen toen de verdieping van de crisis in de eurozone vanaf eind 2011 de beleidsmakers van de regio duidelijk maakte hoe moeilijk het voor de monetaire unie zou zijn zonder Italië.

Wij vinden dat de volatiliteit tijdens de eurozonecrisis ertoe heeft geleid dat de opbrengsten op staatspapier niet meer zijn verbonden met de onderliggende kredietfundamentals, wat tal van potentiële beleggingskansen biedt. Dergelijke perioden van volatiliteit zullen volgens ons waarschijnlijk opnieuw opduiken, nu de Europese beleidsmakers dansen op het slappe koord van hervormingen, budgettaire soberheid en het stimuleren van economische groei. Beleggers doen er dan ook goed aan hun analyses te maken van de kredietfundamentals van de afzonderlijke landen, en hoe ze zich tot elkaar verhouden, om zich voor te bereiden op dergelijke gebeurtenissen.

Bedrijfskrediet blijft aantrekkelijk
Een ander domein van potentiële beleggingskansen zijn volgens ons tactische posities in bedrijfskrediet. Bedrijfskrediet van hoge kwaliteit, dat schuldeffecten van gevestigde Europese bedrijven met doorgaans een kredietrating van AAA omvat, kan bijdragen tot de diversificatie van een obligatieportefeuille.[1] Kortlopende schuldeffecten van beleggingskwaliteit, vooral gedekte schuld, kunnen een waaier van beleggingsmogelijkheden bieden met een risico-rendementsprofiel dat volgens ons aanvaardbaar is, naast een lagere gevoeligheid aan veranderingen in het rentebeleid.

Hoewel dit domein van de vastrentende markt (bedrijfskrediet) de afgelopen 18 maanden een sterke rally in alle looptijden heeft genoteerd, denken wij dat sommige uitgiften potentieel aantrekkelijk blijven ten opzichte van de staatsuitgiften met een vergelijkbare looptijd van verschillende Europese landen. Nu de langdurige financiële crisis in Europa langzaam begint weg te ebben, denken wij dat bedrijven kunnen bogen op stevigere balansen en lagere rentekosten. Dat betekent dat de kredietfundamentals van sommige bedrijfsobligaties waarschijnlijk kunnen verbeteren, zodat deze schuldeffecten een aantrekkelijke belegging worden.

Bedrijfsobligaties, vooral die met een beperkte looptijd, profiteren ook van de lage correlatie van dit beleggingsuniversum met andere grote activaklassen, en bieden daarmee diversificatievoordelen voor een portefeuille.[2] Wij geloven dan ook dat bedrijfskrediet een aantrekkelijke bron van kapitaalbehoud en liquiditeit kan zijn, én tegelijk het potentieel voor beleggingsrendement biedt.

 

U kunt meer inzichten van Franklin Templeton Investments in uw inbox ontvangen. Schrijf in op de Beyond Bulls & Bears blog.

Voor tijdige beleggingstips kunt u ons volgen op Twitter @FTI_USen opLinkedIn.

CFA® en Chartered Financial Analyst® zijn handelsmerken die eigendom zijn van het CFA Institute.

 Wat zijn de risico’s?
Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder een mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug.

Obligatiekoersen evolueren doorgaans in omgekeerde richting als rentevoeten. De waarde van obligaties kan ook worden beïnvloed door een verandering in de financiële gezondheid van een emittent of in zijn kredietrating. Beleggingen in hoger rentende instrumenten met een lagere rating houden hogere risico’s van wanbetaling en kapitaalverlies in. Deze effecten gaan gepaard met een hoger kredietrisico dan effecten van beleggingskwaliteit. Het focussen op bepaalde landen, regio’s, bedrijfstakken, sectoren of beleggingstypes kan een belegger van tijd tot tijd blootstellen aan een hoger risico van ongunstige ontwikkelingen in deze focusgebieden dan bij beleggingen in een bredere waaier van landen, regio’s, bedrijfstakken, sectoren of beleggingstypes.


 [1]  Gebaseerd op Barclays 1-3 Year Government/Credit Bond Index, Bron: Barclays Global Family of Indices. © 2014 Barclays Capital Inc. Met toestemming gebruikt. Indexen worden niet beheerd, en er kan niet direct in een index worden belegd. Het rendement uit het verleden vormt geen aanwijzing of waarborg voor toekomstige rendementen.

[2] Diversificatie vormt geen garantie voor winst of bescherming tegen het risico van verlies.