Beyond Bulls & Bears

Is de daling van de olieprijs definitief?

Dit artikel is ook beschikbaar in: Engels Frans Italiaans Duits Spaans Pools

Wanneer de olieprijzen de pan uit rijzen, worden de productie- en exploratie-inspanningen doorgaans opgevoerd om zich mee te laven aan de hoorn des overvloeds, wat aanleiding heeft gegeven tot het volgende cliché: “De remedie voor een hoge olieprijs is een hoge olieprijs.” Maar geldt ook het omgekeerde, namelijk als de prijzen dalen? De olieprijzen zijn in de afgelopen maanden gekelderd door een samenloop van omstandigheden, maar zijn die prijsdalingen definitief of slechts tijdelijk? En­­­ welke kansen, als die er zijn, kunnen lagere olieprijzen bieden aan beleggers in de energiesector? Fred Fromm, vice president, onderzoeksanalist en portefeuillebeheerder van de Franklin Equity Group® geeft een antwoord op deze vragen en vertelt ons waar hij mogelijke aandelenkoopjes ziet in de huidige zwakte van de energiesector.

Fred Fromm
Fred Fromm

Fred Fromm
Vice President, Research Analyst, Portfolio Manager
Franklin Equity Group®

In de voorbije weken zette de grootste prijsdaling van ruwe olie sinds de wereldwijde financiële crisis van 2007 – 2009 zich door. De prijs zakte ineen tot de laagste niveaus sinds 2009, door de signalen van een groeivertraging van de vraag in grote economieën, de sterk toegenomen olieproductie in de Verenigde Staten en een stabiel aanbod vanuit de rest van de wereld.[1] De vraag-en-aanboddynamiek in de oliemarkten is niet van de ene dag op de andere veranderd. Deze verschuiving is al meer dan een jaar bezig. Op de vraag in welke richting de olieprijzen zullen evolueren en waarom doen de meest extreme antwoorden de ronde, maar mijn standpunt is dat de vraagfundamentals op lange termijn onveranderd zijn. Op korte termijn lijken er volgens ons mechanismen aan het werk te zijn om de markten in evenwicht te brengen, hoewel de lage prijzen nog een tijdje zouden kunnen aanhouden, totdat de productie vertraagt en de vraag-aanbodbalansen strakker worden. Door de ineenstorting van de olieprijs zijn de aandelenkoersen in de sector voor ons aantrekkelijker geworden, wat wel te verwachten was. Wij zijn van nature groeigerichte beleggers, wat ons in de richting van small- en mid-cap namen in de sector kan leiden. Sommige hebben zware klappen gekregen, maar kunnen volgens ons ook net goede kansen bieden. Hoewel de koersen nu over het algemeen aantrekkelijker zijn geworden, moeten beleggers nog steeds een kritisch onderscheid maken tussen de verschillende potentiële beleggingskansen. Wij denken dat het zeer belangrijk is om de sector vanuit een weldoordacht perspectief te bekijken en de potentiële beleggingskansen op lange termijn actief te onderzoeken.

Hoe zijn we in de huidige situatie beland?
Productieverstoringen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten zetten vorig jaar de deur open voor een groter aanbod vanuit de Verenigde Staten en Saoedi-Arabië. De productiegroei in de Verenigde Staten door toepassing van de frackingtechniek was opvallend. In Texas bijvoorbeeld stagneerde of daalde de productie al vele jaren, maar nu worden er meer dan 2,5 miljoen vaten per dag opgepompt en dat aantal groeit snel. Een van de oudste olievelden in de Verenigde Staten, het Permbekken in Texas, draagt nu bij tot die groei door de toepassing van nieuwe boortechnologieën. De meesten kennen ook het verhaal van het olieveld Bakken in North Dakota en de recente productiestijging daar. Aardolielagen waarvan iedereen vroeger dacht dat het te moeilijk was om ze in productie te brengen, worden nu aangeboord met verbeterde boortechnieken. Ook de diepzeeboringen zijn toegenomen en dragen eveneens bij tot het aanbod, zij het in mindere mate.

Terwijl de productie in de VS aan het stijgen was, voerde ook Saoedi-Arabië zijn productie op tot een recordniveau om de mogelijke impact van aanbodverstoringen in andere olieproducerende landen te helpen opvangen. Hoewel de Saoedi’s hadden aangekondigd hun productie weer terug te schroeven wanneer de productie in Libië weer op gang zou komen, kwamen ze hun belofte niet na toen dat dit jaar daadwerkelijk gebeurde. Over de reden hiervoor is veel gezegd en geschreven, maar het uiteindelijke resultaat was dat er een overcapaciteit was ontstaan, die nog enigszins werd verhuld door verstoringen in het Midden-Oosten en Afrika. De heropgestarte oliebronnen in Libië leverden bijna een miljoen vaten per dag op, en ook Nigeria en Irak pompten meer olie op. De productie begon ook toe te nemen in onder meer Brazilië en Koerdistan. Tegelijk was er een vertraging van de economische groei in Europa en China, die, in combinatie met de seizoensgebonden stilleggingen voor onderhoud in raffinaderijen, tot een afgezwakte vraag leidde.

Gezien deze omstandigheden waren sommige analisten verrast dat de Organisatie van olie-exporterende landen (OPEC), die op 27 november bijeenkwam, haar productiedoelstelling van 30 miljoen vaten per dag niet bijstelde, ondanks de dalende olieprijzen.[2] De golfstaten van het kartel (en Saoedi-Arabië in het bijzonder) lijken zich steeds meer zorgen te maken over de toenemende productie in landen die niet tot de OPEC behoren en het mogelijke verlies van marktaandeel. Het besluit van de OPEC om de bestaande quota te behouden lijkt erop te wijzen dat de lidstaten geloven dat lagere olieprijzen nodig zijn om de aanbodgroei te beperken en de markt in evenwicht te brengen.

De prijs van een vat West Texas Intermediary-olie is tot onder US$65 gezakt, goed voor een daling van meer dan 30% tussen het begin van het jaar en begin december.[3] Nu de prijzen gedaald zijn, is het voor Noord-Amerikaanse exploratie- en productiebedrijven minder interessant geworden om naar olie te boren. Sommige zullen hun ontginningsactiviteiten in minder rendabele olievelden misschien moeten terugschroeven totdat de prijzen zich herstellen.

Dat heeft de beleggers schrik aangejaagd. Ik vind echter dat je je als belegger niet te veel mag laten leiden door een overdreven negatieve berichtgeving en verkooprapporten, en dat je moet blijven focussen op fundamenteel onderzoek. De marktbewegingen in het energiesegment zijn over het algemeen extremer geworden, doordat beleggers met een kortetermijnstandpunt soms overdreven reageren. Als langetermijnbeleggers in de energiesector moeten we nog trouwer zijn aan onze overtuigingen en mogen we niet bang zijn om tegen de stroom in te roeien.

Een blik op de fundamentals
Vanuit een langetermijnstandpunt zijn de fundamentals voor energie volgens ons niet veranderd. De economische groei heeft zich gedurende vele jaren sterk ontwikkeld buiten de lidstaten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), die bestaat uit de Verenigde Staten en veel Europese landen, en niet-lidstaten en ontwikkelende markten hebben de vraag voor een flink stuk mee bepaald. Er heerst bezorgdheid over de groei in sommige delen van de wereld, zoals in China. Maar zelfs een trager groeitempo in China (met een verwachte bbp-groei voor 2015 van meer dan 7%)[4] zal wellicht de wereldwijde vraag doen toenemen.

Wij denken dat de energiemarkt terug een evenwicht zal vinden, maar zijn er ons van bewust dat de wereldwijde vraag eerst moet opveren. Volgens onze verwachtingen zou de vraag wellicht volgend jaar en daarna weer toenemen, deels door de lagere prijzen.

Wij hebben al signalen gezien dat er mechanismen aan het werk zijn om het evenwicht op de energiemarkt te helpen herstellen. De OPEC-landen hebben hun quota van 30 miljoen vaten per dag beter nageleefd, en exploratie- en productiebedrijven in de VS hebben aangekondigd te zullen snoeien in hun investeringsplannen. In overeenstemming daarmee lijkt het aannemelijk dat de aandelenkoersen in de energiesector zullen stabiliseren, zelfs als de olieprijzen dalen. Het is echter onmogelijk te voorspellen wanneer dat zal gebeuren, en momenteel kunnen we niet uitsluiten dat de dalende trend zich zal doorzetten. In deze omgeving gaan wij voorzichtig te werk, maar we bekijken de mogelijkheden om onze positie in wat wij beschouwen als de beste producenten uit te breiden en wij behouden onze positie in bedrijven die volgens ons deze moeilijke periode zonder kleerscheuren zullen doorkomen.

1214_Fromm_Oil_dut11214_Fromm_Oil_dut21214_Fromm_Oil_dut3

 

Geen universele “break-even” olieprijs
Om vast te kunnen stellen waar de bodem ligt, wordt vaak gezocht naar wat de “break-even” olieproductieprijs is, maar volgens ons bestaat er niet echt één unieke prijs. De productiekosten variëren per regio. Een productiebedrijf kan dan ook sterk uiteenlopende productiekosten hebben: sommige oliebronnen zullen winstgevend zijn vanaf US$50–$60 per vat, terwijl voor andere een prijs van US$70–$80 nodig is. Bij de huidige prijsniveaus zullen de booractiviteiten en productiegroei wellicht verschuiven naar regio’s met minder hoge productiekosten, al zou de totale productiegroei moeten vertragen naarmate de markten het eerder vermelde vraag-aanbodevenwicht bereiken. Als langetermijnbeleggers laten we ons niet te veel afleiden door de onmiddellijke richting van de olieprijzen op korte termijn, maar blijven wij zoeken naar beleggingskansen in bedrijven die volgens ons goed gepositioneerd zijn voor de verdere toekomst. Wij verwachten dat veel exploratie- en productiebedrijven hun productie zullen blijven uitbreiden, zelfs bij lagere investeringsniveaus, en wij vinden de huidige waarderingen aantrekkelijk. Gelet op de waarschijnlijke volatiliteit, zullen wij elke extra belegging in de energiesector zorgvuldig afwegen.

De verklaringen, meningen en analyses zijn de persoonlijke kijk van de beleggingsbeheerder. Zij zijn louter bedoeld ter algemene informatie, en zij mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of een aanbeveling om welke effecten dan ook te kopen, te verkopen of te houden, of om welke beleggingsstrategie dan ook te volgen. Ze vormen geen wettelijk of fiscaal advies. De informatie in dit document wordt verstrekt per de publicatiedatum en kan zonder kennisgeving veranderen en ze is niet bedoeld als een volledige analyse van elk belangrijk feit over een land, regio, markt of belegging.

Er kunnen bij de opstelling van dit materiaal gegevens van externe bronnen zijn gebruikt die niet door Franklin Templeton Investments (“FTI”) onafhankelijk zijn gecontroleerd of bevestigd. FTI aanvaardt geen aansprakelijkheid voor verliezen die voortvloeien uit het gebruik van deze informatie, en de gebruiker dient zelf te bepalen in welke mate hij wil vertrouwen op deze verklaringen, meningen en analyses. Producten, diensten en informatie zijn mogelijk niet in alle rechtsgebieden beschikbaar en worden alleen door andere gelieerde ondernemingen van FTI en/of hun distributeurs aangeboden als dat door de lokale wet- en regelgeving wordt toegestaan. Gelieve uw eigen professioneel adviseur te raadplegen voor meer informatie over de beschikbaarheid van producten en diensten in uw rechtsgebied.

U kunt meer inzichten van Franklin Templeton Investments in uw inbox ontvangen. Schrijf in op de Beyond Bulls & Bears blog.

Voor tijdige beleggingstips kunt u ons volgen op Twitter @FTI_Global en op LinkedIn.

 

Wat zijn de risico’s?
Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug. Beleggingen in de energiesector gaan gepaard met specifieke risico’s, zoals een hogere gevoeligheid voor ongunstige economische en regulatorische ontwikkelingen in de sector. Beleggingen in buitenlandse aandelenmarkten gaan gepaard met blootstelling aan wisselkoersvolatiliteit en politieke en economische onzekerheid. Kleine bedrijven houden bijzondere risico’s in die verband houden met hun kleinere omzet, kleiner marktaandeel en beperkter productassortiment. De koersen van dergelijke aandelen kunnen dan ook volatieler zijn, vooral op korte termijn.


 

[1] Bron: Bloomberg LP.

[2] Bron: Internationaal Energieagentschap.

[3] Bron: Bloomberg LP, per 10 december 2014.

[4] Bron: World Economic Outlook Database, Internationaal Monetair Fonds.