Beyond Bulls & Bears

Rugwind – of tegenwind – voor vastrentende beleggers?

Dit artikel is ook beschikbaar in: Engels Frans Italiaans Duits Spaans Pools

Het nieuwe jaar is nog maar een maand oud, en de beleggers hebben al heel wat om over na te denken: van aardolieprijzen in vrije val tot ingrijpende verkiezingen in Griekenland en cruciale nieuwe maatregelen van de Europese Centrale Bank, nog gezwegen van de mogelijkheid van renteverhogingen in de Verenigde Staten. Sommige van die ontwikkelingen kunnen tegenwind dan wel rugwind opleveren, het is maar hoe je het bekijkt. Christopher Molumphy, Chief Investment Officer bij de Franklin Templeton Fixed Income Group®, vertelt wat volgens hem de belangrijkste financiële thema’s zijn aan dit begin van 2015, en gaat na wat de impact kan zijn van de verschillen in het beleid van de grote centrale banken en van de lagere aardolieprijzen voor consumenten en beleggers.

Christopher Molumphy
Christopher Molumphy

Christopher J. Molumphy, CFA
C
hief Investment Officer
Franklin Templeton Fixed Income Group® 

Het economische plaatje oogt nog altijd rooskleuriger in de VS dan in diverse andere delen van de wereld, waar de omstandigheden wat problematischer zijn. Terwijl de eurozone nog steeds worstelt met zijn problemen en Japan stimuleringsmaatregelen zonder precedent neemt, heeft de Amerikaanse Federal Reserve (de Fed) geconcludeerd dat de Amerikaanse economie gezond genoeg is om het al zes jaar lopende programma voor kwantitatieve versoepeling (quantitative easing, QE) te beëindigen.

Fundamenteel gezien is de belangrijkste factor voor de Amerikaanse economie de arbeidsmarkt, en in de VS is die duidelijk aan de beterende hand. In 2014 zijn bijna 3 miljoen nieuwe banen gecreëerd in de Verenigde Staten – het hoogste aantal in zo’n 15 jaar[1] – en de werkloosheid is tijdens kalenderjaar 2014 gedaald van 6,7% naar 5,6%[2].

De Fed heeft gesteld dat haar definitie van volledige werkgelegenheid overeenstemt met een werkloosheid van circa 5,2% à 5,4%.[3] Ervan uitgaande dat de Verenigde Staten dat streefcijfer bereikt, denken wij dat de Fed over afzienbare tijd zal beginnen met het optrekken van de rente van de federal funds (haar basisrente voor kortetermijnleningen), die nu al jaren in de buurt van nul ligt. Of die fed funds-rente nu midden 2015 dan wel tijdens het derde kwartaal zal worden verhoogd, kan niemand – wij ook niet – met zekerheid voorspellen, maar wij denken dat er dit jaar hoe dan ook een geleidelijke verhoging zit aan te komen.

Na jaren van speculatie dat de renteverhoging in de VS er elk moment kon aankomen, vragen de beleggers zich wellicht af of het nu echt zover komt in 2015 – of dat het opnieuw een jaar van veel geblaat en weinig wol wordt. Terugblikkend op dezelfde periode vorig jaar, dus begin 2014, lag de rente van middellang Amerikaans schatkistpapier op circa 3%.[4] Op dat moment waren de markten er aardig zeker van dat de rente omhoog zou gaan. Maar wat bleek: Amerikaans schatkistpapier op middellange termijn sloot 2014 net onder 2,2% af.[5] Begin 2015 overheerste – opnieuw – de consensus dat de middellange Amerikaanse staatsobligaties hoger zouden klimmen. En toch, midden januari daalde de rente nog verder, tot 1,8%.[6]

Maar hoe zit het dan met die rente in 2015? Als fundamentalsbeleggers op lange termijn denken wij dat de evenwichtsrente – die tot stand komt wanneer vraag en aanbod in evenwicht zijn – voor middellang Amerikaans schatkistpapier hoger ligt, en dat de rente dus vroeg of laat zal stijgen. De economische groei trekt aan, de arbeidsmarkt is aan de beterende hand en uiteindelijk zullen ook de lonen moeten stijgen. Dat zou moeten leiden tot een hogere inflatie en dus ook hogere rentevoeten.

Dat gezegd zijnde, zijn er echter op korte tot middellange termijn diverse andere factoren die de Amerikaanse rentevoeten beïnvloeden en de inflatie afremmen. Zo zou de sterke daling van de brandstofprijzen de inflatie[7] nog minstens twee kwartalen onder druk moeten houden.

Als we echter kijken naar de rest van de wereld, zien we een ander renteverhaal. In de Verenigde Staten hebben de beleggers vooral oog voor binnenlandse factoren, maar we mogen toch niet vergeten dat de markten wereldwijd werken. De rente van middellange staatsobligaties in Duitsland bijvoorbeeld ligt op circa 0,50%[8], en in Japan zelfs op circa 0,25%.[9] In dat opzicht zouden we de rente op Amerikaans schatkistpapier bij de huidige niveaus bepaald gul kunnen noemen, en de Verenigde Staten zouden dus zelfs geen hogere rente hoeven bieden om beleggers uit andere markten te lokken.

De toevloed van wereldwijde liquiditeit die de markten overspoelt en de financiële markten de afgelopen jaren hoger heeft getild, oefent ook een neerwaartse druk uit op de rentevoeten. De Fed mag dan al haar QE-programma hebben stopgezet, Japan gooit wel alle remmen los en ook de eurozone is van plan om in maart met een eigen QE-programma van start te gaan. Het niveau van de jaarlijkse activa-aankopen in Japan is opgetrokken naar ¥ 80 miljard.[10] Deze massale liquiditeit kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de wereldmarkten in 2015, omdat geld dat in Japan wordt gedrukt niet noodzakelijk ook in Japan blijft – het zal volgens ons ongetwijfeld de hele wereld overspoelen.

Bovendien was het QE-programma van de Europese Centrale Bank (ECB) op zijn minst zo agressief als wij of de markten hadden verwacht. Met een toegezegde injectie van meer dan € 1 miljard over het komende anderhalf jaar zal de aanzienlijke liquiditeit op de wereldmarkt nog wel een tijdje aanhouden. Op korte tot middellange termijn verwachten wij dan ook dat deze dynamiek zowel druk op de wereldwijde rentevoeten blijft zetten, als een gunstige context blijft bieden voor de brede financiële markten.

Lage aardolieprijzen: winnaars en verliezers

Ook de impact van de recente val van de aardolieprijzen houdt de beleggers bezig. Als de aardolieprijzen op hun huidige peil blijven, zullen er duidelijke winnaars en verliezers zijn. Aan de ene kant zullen heel wat energiegerelateerde bedrijven onder druk komen te staan. Er is al een zekere afname van de werkgelegenheid in de sector merkbaar, en de eerste verlagingen in bedrijfsinvesteringen en -winsten zijn gemeld.

Aan de andere kant kunnen lagere aardolieprijzen natuurlijk wel per saldo een positieve factor zijn voor de economische groei in de Verenigde Staten en andere aardolie-importerende landen. Hoewel de olieboom in de Verenigde Staten het land in staat heeft gesteld om zijn afhankelijkheid van de Organization of the Petroleum Exporting Countries (Organisatie van olie-exporterende landen, OPEC) met 60% terug te dringen sinds 2008, voeren de VS nog steeds een deel van hun olie in uit OPEC-landen en Canada.[11]

De consumenten hebben de afgelopen zes maanden sterk geprofiteerd van de lagere brandstofprijzen, wat tijdens de rest van 2015 zou moeten aanhouden, als de prijzen niet aanzienlijk opveren. De resulterende consumptieboost zou het bruto binnenlands product van de VS kunnen optrekken.

Volgens ons houdt de indrukwekkende val van de prijzen van de afgelopen zes maanden niet noodzakelijk in dat ook de wereldwijde groei aanzienlijk zal dalen. De vertragende groei in China maakt sommige beleggers bezorgd, maar volgens ons ging het in 2014 meer om een matiging van de economie dan om een ‘harde landing’. Wij blijven tekenen zien van een gezonde verschuiving in de samenstelling van de Chinese economie naar een sterkere en duurzamere consumptiegroei. Het is ook belangrijk op te merken dat de economie van China vandaag veel groter is dan 10 jaar geleden. Zelfs een groeitempo van 7% zoals vandaag creëert een veel groter totaal vraageffect dan het groeipercentage van China 10 jaar geleden, toen het land groeide tegen 10%–12%.

Kan Griekenland de eurozone doen ontsporen?

Ook Griekenland is een opkomende economie die de beleggers heel wat kopzorgen baart, en de recente verkiezing in het land van een premier die gekant is tegen de besparingen, heeft de bezorgdheid nog meer aangewakkerd. Economische en politieke problemen zijn hier echter helaas niets nieuws. Griekenland worstelt nog altijd met dezelfde problemen als aan het begin van het decennium, toen het land besparingsprogramma’s en hervormingen invoerde in ruil voor een reddingspakket van het Internationaal Monetair Fonds, de ECB en de Europese Commissie. Griekenland is echter een kleine economie, en wij beschouwen de problemen in dat land dan ook als grotendeels losstaand, en niet als een systeemrisico voor de hele eurozone.

Als opkomende markt is Griekenland een illustratie van de manier waarop de opkomende markten doorgaans met heel andere fundamentals moeten zien te werken. Wij hebben kansen opgespoord toen beter presterende landen met goede economische vooruitzichten getroffen werden door een algemeen negatief beleggerssentiment. Als geduldige langetermijnbeleggers volgt onze strategie op de opkomende markten – en overal trouwens – een gedisciplineerde aanpak, ongeacht de wisselende marktomstandigheden.

U kunt meer inzichten van Franklin Templeton Investments in uw inbox ontvangen. Schrijf in op de Beyond Bulls & Bears blog.

Voor tijdige beleggingstips kunt u ons volgen op Twitter @FTI_Global en op LinkedIn.

De verklaringen, meningen en analyses weerspiegelen de persoonlijke opvattingen van de beleggingsbeheerder(s) en zijn louter bestemd voor informatieve doeleinden en voor het brede publiek. Zij mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of een aanbeveling of verzoek om welke effecten dan ook te kopen, te verkopen of te houden of om welke beleggingsstrategie dan ook te gebruiken. Zij vormen geen juridisch of fiscaal advies. De informatie in dit document geldt per de publicatiedatum en kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. Zij is niet bedoeld als een volledige analyse van elk belangrijk feit over een land, regio, markt of belegging.

Er kunnen bij de opstelling van dit materiaal gegevens van externe bronnen zijn gebruikt die niet door Franklin Templeton Investments (“FTI”) onafhankelijk zijn gecontroleerd of bevestigd. FTI aanvaardt geen aansprakelijkheid voor verliezen die voortvloeien uit het gebruik van deze informatie, en de gebruiker dient zelf te bepalen in welke mate hij wil vertrouwen op deze verklaringen, meningen en analyses. Producten, diensten en informatie zijn mogelijk niet in alle rechtsgebieden beschikbaar en worden door met FTI gelieerde ondernemingen en/of hun distributeurs alleen aangeboden als dat door de lokale wetten en regels wordt toegestaan. Gelieve uw eigen beleggingsadviseur te raadplegen voor nadere informatie over de beschikbaarheid van producten en diensten in uw rechtsgebied.

CFA® en Chartered Financial Analyst® zijn handelsmerken die eigendom zijn van het CFA Institute.

Wat zijn de risico’s?

 Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder een mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug. Obligatiekoersen evolueren doorgaans in omgekeerde richting als rentevoeten. Wanneer de koersen van obligaties in een beleggingsportefeuille zich aanpassen aan een stijging van de rentevoeten, kan de waarde van de portefeuille dienovereenkomstig dalen. Beleggingen in buitenlandse effecten houden speciale risico’s in, zoals wisselkoersschommelingen, economische instabiliteit en politieke ontwikkelingen. Beleggingen in opkomende markten gaan gepaard met hogere risico’s vanwege diezelfde factoren, naast risico’s die voortvloeien uit hun relatief kleine omvang en lagere liquiditeit.


[1] Bron: US Department of Labor.

[2] Ibid.

[3] Bron: Board of Governors van het Amerikaanse Federal Reserve System.

[4] Bron: Bloomberg LP.

[5] Ibid.

[6] Ibid, per 16 januari 2015.

[7] De algemene inflatie verwijst naar de All Items Consumer Price Index for All Urban Consumers (CPI-U) van het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics, en omvat voedsel- en energieprijzen.

[8] Bron: Bloomberg LP.

[9] Ibid.

[10] Ibid, per 23 januari 2015.

[11] Bron: Institute for Energy Research, 20 januari 2015.