Beyond Bulls & Bears

Snapshot van het Asia Pacific Investor Forum 2015

Dit artikel is ook beschikbaar in: Engels Frans Duits Spaans Pools

Of het nu de terugkeer van het optimisme in de eurozone betreft of de gevolgen van de groeivertraging in China voor Australië, in verschillende markten over de hele wereld hangt er verandering in de lucht. Ervaren professionals van Franklin Templeton Investments stelden hun analyse van het veranderende wereldwijde beleggingsklimaat voor op ons Asia Pacific Investor Forum: Investment Ideas for a Changing World, dat vorige maand werd gehouden in de Australische stad Sydney. Hieronder leest u meer over enkele van de op het forum behandelde onderwerpen.

Michael Hasenstab
Michael Hasenstab

Dr. Michasel Hasenstab, Executive Vice President, Chief Investment Officer, Portfolio Manager, Templeton Global Macro

Griekenland en de groeivooruitzichten in de eurozone:

Griekenland beheerst al een tijdje het nieuws. Ons standpunt over Griekenland is intussen niet veranderd en dat is dat er drie mogelijke scenario’s zijn voor het land: het zal zijn schuldverplichtingen niet nakomen, het zal uit de eurozone stappen of het zal aan het infuus van de Duitsers blijven hangen. Tot nu toe hebben de Duitsers Griekenland overeind gehouden. Maar het geduld lijkt langzamerhand op te raken. Daarom kijken wij nu naar de twee andere scenario’s, een Grexit of een faillissement. Ik weet niet wat er uiteindelijk zal gebeuren, maar ik heb er vertrouwen in dat het financiële systeem in Europa nu veel sterker staat en beide scenario’s wel zal kunnen verwerken. Als Griekenland in gebreke blijft, is de liquiditeit van het banksysteem – die een afscherming vormt voor de rest van de eurozone – volgens mij sterk genoeg om systemische gevolgen van een Grieks faillissement te voorkomen. Het is mogelijk dat beleggers massaal uit sommige risicoklassen stappen als Griekenland in gebreke blijft of de eurozone verlaat, maar het lijkt me weinig waarschijnlijk dat we in de systeemcrisis zouden worden gestort die twee, drie of vier jaar geleden een risico vormde.

Een belangrijker thema in Europa is volgens ons het QE-programma (quantitative easing of kwantitatieve versoepeling) van de Europese Centrale Bank. Terwijl de aankoop van staatspapier een stimulerend effect heeft gehad op de investeringen, was het belangrijkste resultaat van het programma tot nu toe volgens mij de waardedaling van de euro. De eurozone is sterk op de export gericht. Dankzij de waardevermindering van de Europese eenheidsmunt zal de Duitse export wellicht opleven, waarvan de investeringen en groei in de eurozone zouden moeten profiteren. De markt lijkt er nu van overtuigd te zijn dat de eurozone zo’n puinhoop is dat het bruto binnenlands product (bbp) van de regio dit jaar onder 1% zou kunnen blijven. Wij denken hier echter anders over. Onze verwachting is dat de eurozone het waarschijnlijk beter zal doen, maar niet omdat alle problemen van de regio tegen het einde van het jaar opgelost zullen zijn. In Frankrijk en Italië zijn er nog steeds hervormingen nodig, en van de integratieplannen op begrotingsvlak en op politiek niveau is nog niet veel terechtgekomen. Op korte termijn – en voor ons betekent korte termijn één jaar – zou de groei in de eurozone positief kunnen verrassen. Wij denken dat de verbeteringen het eerst zichtbaar zullen zijn in de Duitse exportcijfers, gevolgd door de Duitse industriële maaksector.

Chris Siniakov
Chris Siniakov

Chris Siniakov, Managing Director, Fixed Income, Franklin Templeton Investments Australia

De effecten van wereldwijde trends op de Australische economie:

De groei in China vertraagt, omdat het land de overgang maakt van een op investeringen gebaseerde economie naar een evenwichtige economie die zowel op investeringen als op het verbruik steunt. Dat is niet zo’n geweldig scenario voor Australië, dat als grondstoffenexporteur sterk heeft geprofiteerd van de Chinese bouwwoede in het laatste vijftiental jaar. Daarom heeft de Reserve Bank of Australia geprobeerd de Australische economie een duw in de rug te geven door de rente te verlagen en de Australische dollar in waarde te doen dalen. De huidige richtrente van de Reserve Bank, 2,25%, komt neer op een gemiddelde variabele hypotheekrente van circa 5%, het laagste niveau dat velen van ons ooit hebben meegemaakt.

Tot nu toe lijkt de lagere rente nog geen stimulerend effect te hebben gehad op de binnenlandse Australische economie. Wij denken dan ook dat de Reserve Bank verdere acties zal moeten ondernemen, en daarom verwachten wij dat de rente zal blijven dalen, net zoals de Australische dollar.

De Australische markt werd nog door andere internationale factoren beïnvloed, vooral door de QE-programma’s in Europa en Japan. De rente in Australië blijft relatief aantrekkelijk voor de overvloedige liquiditeit die gecreëerd is door de QE-plannen. Zo ligt de rente op Australische obligaties op 10 jaar met 2% nog steeds een flink stuk boven de Europese rente, waarvan sommige nu zelfs negatief zijn. We zien dan ook dat beleggingskapitaal naar Australië blijft stromen naarmate de wereldwijde zoektocht naar rendement voortduurt.

Cindy Sweeting
Cindy Sweeting

Cindy Sweeting, CFA, President, Templeton Investment Counsel, Director of Portfolio Management, Templeton Global Equity Group

Het QE-programma van Japan en de dalende yen:

Japan blijft een raadsel voor beleggers, die de afgelopen 25 jaar veel “valse starts” van het land hebben meegemaakt. Daarbij is het dan telkens de vraag: Is het dit keer anders? Volgens ons zullen de massale aankopen door de Japanse centrale bank en de daarmee gepaard gaande devaluatie van de yen niet volstaan als oplossing voor de economische problemen van Japan. Van de drie zogenoemde “pijlen” van het regeringsplan om de groei in gang te zetten (het plan dat bekendstaat als de “Abenomics”, naar premier Shinzo Abe) is alleen het monetaire beleid uitgevoerd. De fiscale en structurele hervormingen daarentegen zijn nog niet volledig ingevoerd.

Een goedkopere munt zal natuurlijk de Japanse export bevorderen, maar Japan is geen exportgerichte economie meer. Het aandeel van de export in het Japanse bbp bedraagt slechts circa 16%.[1] Japan is vandaag een consumptiegedreven economie. De zwakkere valuta heeft de importprijzen sterker doen stijgen dan dat ze positief was voor de export. De stijgende binnenlandse prijzen zijn een extra aanslag op het besteedbare inkomen van de Japanse consumenten, tenzij de lonen voldoende stijgen om die prijsstijgingen te compenseren. Maar tot nu toe zijn ze niet gestegen en is de koopkracht van de consument dus gedaald. De verminderde koopkracht heeft bijgedragen tot de achteruitgang van de spaarquota in Japan. Veel mensen denken nog altijd dat Japan een economie is waar veel wordt gespaard, maar dat klopt niet. Het spaarpercentage in Japan is zelfs negatief geworden, onder meer omdat een groot deel van de Japanse bevolking ouder dan 65 is en niet meer spaart. De impact van de vergrijzing, waar we al 20 of 30 jaar voor waarschuwen en die traag maar onvermijdelijk op ons af is gekomen, begint nu echt pijnlijk voelbaar te worden.

Michael Materasso
Michael Materasso

Michael Materasso, Senior Vice President, Co-Chair, Fixed Income Policy Committee, Franklin Templeton Fixed Income Group

De rente en de bedrijfscyclus in de VS:

Als je zonder enige context alleen op de rente van het staatspapier in de VS zou afgaan, zou je denken dat de Amerikaanse economie er bijzonder slecht aan toe is. Hoe zou het anders kunnen dat de rente op 2-jarige overheidsobligaties minder dan 0,60% bedraagt, die op 10 jaar minder dan 2% en die op 30 jaar minder dan 2,50%?[2] Vanuit historisch perspectief lijkt die lage rente absurd gezien het huidige positieve economische klimaat in de VS.

Ik denk dat we intussen ver genoeg gevorderd zijn in de huidige bedrijfscyclus, die begon toen de recessie in juni 2009 officieel was afgelopen, om de Federal Reserve (Fed) de omslag te laten maken naar een neutraler monetair beleid. Een neutraal monetair beleid betekent voor mij een federal funds-rente – de daggeldrente waartegen een bewaarinstelling aan een andere bewaarinstelling geld leent dat wordt gehouden bij de Fed – tussen 3% en 3,5%. En waarschijnlijk zullen de rentevoeten ook geleidelijk tot dat niveau stijgen, wellicht in de komende 18 maanden tot twee jaar.

Als de Fed verder gaat dan een neutraal beleid en de rentevoeten moet blijven optrekken, zou die fase van verstrakking van het beleid nog enkele extra jaren kunnen voortduren. Het is dus mogelijk dat de huidige bedrijfscyclus in de Verenigde Staten, die midden 2009 werd ingezet, nog tot 2019 of 2020 zal lopen. Dat lijkt mij een belangrijke vaststelling, omdat, als de bedrijfscyclus nog zo lang zal doorlopen, we dan relatief gezien nog een lange weg hebben af te leggen. Volgens mij is het belangrijk om het waarschijnlijke einde van de bedrijfscyclus te bepalen, omdat dat het moment is waarop de markt gewoonlijk verstoord raakt.

Groeifasen in de Amerikaanse economie duren gemiddeld circa zes jaar, maar wij denken dat de huidige groeifase langer zou kunnen duren, misschien zelfs meer dan 10 jaar, en wel om meerdere redenen. Door de massale destructie die de financiële crisis van 2007–2009 teweegbracht, zijn we deze cyclus met een schone lei begonnen. Banken hebben aanzienlijke schuldbedragen afgeschreven of in waarde verminderd en tegelijkertijd heel wat kapitaal opgehaald. De strengere regelgeving na de crisis heeft banken gedwongen hun balansen gezonder te maken. De Amerikaanse consumenten bevonden zich in een vergelijkbare situatie. Ze hebben hun schuldenlast verkleind, door hun schulden af te lossen of in gebreke te blijven. Wanneer de huidige cyclus in ademnood raakt, zouden het in plaats van de banken wel eens de beleggers kunnen zijn die de motor van de cyclus zijn. Wij denken ook dat het nog een tijdje zal duren voordat de inflatiedruk toeneemt.

Wij gaan ervan uit dat de kortetermijnrente in de Verenigde Staten nog dit jaar zal stijgen, maar tegelijk verwachten wij nog geen aanzienlijke verhoging van de rentecurve van het Amerikaans staatspapier. De groei zal volgens ons gepaard gaan met een geleidelijke stijging van de kerninflatie, een van de factoren waarmee de Fed rekening houdt om de rentevoeten te verhogen. En de toenemende liquiditeit op de wereldmarkt zal waarschijnlijk tot gevolg hebben dat buitenlandse beleggers Amerikaanse effecten zullen blijven kopen, omdat die duidelijk hogere opbrengsten bieden in vergelijking met hun lokale markten. Deze factoren, gecombineerd met een stabiele tot sterke dollar, zullen wellicht de stijging van de rentevoeten voor een stuk blijven afremmen.

Peter Wilmshurst
Peter Wilmshurst

Peter Wilmshurst, CFA, Executive Vice President, Portfolio Manager, Research Analyst, Templeton Global Equity Group

De sectoren waar zijn team waardekansen vindt in de wereldwijde aandelenmarkten:

Wij zoeken als waardebeleggers naar ondergewaardeerde aandelen in impopulaire markten. Vanuit sectorperspectief bekeken, en dat is onze gebruikelijke benadering van de wereldmarkt, zien wij momenteel waardekansen in drie marktsegmenten: de financiële sector, farmaceutische bedrijven en energie.

De koersen van financiële instellingen zijn enigszins hersteld van hun crisisniveaus enkele jaren geleden. Maar als je hun huidige waarderingen vergelijkt met de gemiddeldes op zeer lange termijn, stellen wij vast dat ze nog steeds worden verhandeld met een aanzienlijke korting ten opzichte van hun intrinsieke waarde. Daarnaast hebben financiële instellingen hun balansen versterkt.

Wij hebben de afgelopen vijf à zes jaar waardekansen gevonden in de farmaceutische sector, al is dat scenario recent licht veranderd. Toen de grootste farmaceutische bedrijven ter wereld verhandeld werden tegen tien maal de winst, vonden wij dat een overtuigend argument om ervan uit te gaan dat er op korte termijn weliswaar moeilijke tijden te verwachten waren, omdat de patenten vervielen van veel verkooptoppers en medicijnen waarop fraaie winsten werden geboekt, maar dat de aandelen extreem goedkoop waren en dat de winsten van deze bedrijven uiteindelijk zouden verbeteren. De aandelen van farmaceutische bedrijven worden nu genoteerd tegen 17 maal hun winst, door de groei van de sector in de laatste jaren.[3] De stijgende welvaart leidt tot toenemende uitgaven voor gezondheidszorg, net als de vergrijzing van de bevolking over de hele wereld.

De sector heeft een moeilijke periode voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen achter de rug door een strikter beleid van de Food and Drug Administration (FDA). Recent echter zagen we weer een toename van de door de FDA toegekende goedkeuringen. Bedrijven brengen nu nieuwe geneesmiddelen op de markt voor medische behoeften waarvoor vroeger geen oplossing bestond, wat mogelijk zal leiden tot veel hogere inkomsten. Wij denken dat er nog steeds groeipotentieel te vinden is in de farmaceutische sector, en dus ook waarde voor de aandeelhouders.

Wij zien ook waardemogelijkheden in de energiesector. Er liggen volgens ons op vrij ruime schaal kansen in het energiesegment, maar wij hebben ons geconcentreerd op bedrijven die diensten leveren in de oliesector. Het totale aantal actieve boorplatformen mag dan wel afnemen, het op de markt brengen van nieuwe olie vergt een steeds grotere inbreng van dienstenbedrijven, en wij denken dat dit bij de huidige aantrekkelijke waarderingen een kans vormt.

De verklaringen, meningen en analyses in dit document vertegenwoordigen het persoonlijke standpunt van de beleggingsbeheerders. Zij zijn enkel bedoeld ter algemene informatie en mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of als een aanbeveling of verzoek om enig effect te kopen, te verkopen of te houden, of enige beleggingsstrategie te volgen. Ze vormen geen wettelijk of fiscaal advies. De informatie in dit document geldt per de publicatiedatum en kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. Zij is niet bedoeld als een volledige analyse van elk belangrijk feit over een land, regio, markt of belegging.

Er kunnen bij de opstelling van dit materiaal gegevens van externe bronnen zijn gebruikt die niet door Franklin Templeton Investments (“FTI”) onafhankelijk zijn gecontroleerd of bevestigd. FTI aanvaardt geen aansprakelijkheid voor verliezen die voortvloeien uit het gebruik van deze informatie, en de gebruiker dient zelf te bepalen in welke mate hij wil vertrouwen op deze verklaringen, meningen en analyses. Producten, diensten en informatie zijn mogelijk niet in alle rechtsgebieden beschikbaar en worden alleen door andere gelieerde ondernemingen van FTI en/of hun distributeurs aangeboden als dat door de lokale wet- en regelgeving wordt toegestaan. Gelieve uw eigen professioneel adviseur te raadplegen voor meer informatie over de beschikbaarheid van producten en diensten in uw rechtsgebied.

U kunt meer inzichten van Franklin Templeton Investments in uw inbox ontvangen. Schrijf in op de Beyond Bulls & Bears blog.

Voor tijdige beleggingstips kunt u ons volgen op Twitter @FTI_Global en op LinkedIn.

CFA® en Chartered Financial Analyst® zijn handelsmerken die eigendom zijn van het CFA Institute.

Wat zijn de risico’s?

Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug. Aandelenkoersen vertonen soms snelle en scherpe schommelingen als gevolg van factoren die een invloed hebben op individuele bedrijven, specifieke sectoren of bedrijfstakken, of op de algemene marktomstandigheden. Veranderingen in de rente beïnvloeden de waarde van een portefeuille en haar opbrengst. Obligatiekoersen evolueren doorgaans in omgekeerde richting als rentevoeten. Wanneer de koersen van obligaties in een portefeuille zich aanpassen aan een stijging van de rentevoeten, kan de opbrengst van de portefeuille dan ook dalen. Beleggingen in het buitenland zijn onderhevig aan speciale risico’s zoals wisselkoersschommelingen, economische instabiliteit en politieke ontwikkelingen. Beleggingen in opkomende markten gaan gepaard met hogere risico’s vanwege diezelfde factoren, naast risico’s die voortvloeien uit hun kleinere omvang en lagere liquiditeit.


[1] Bron: Wereldbank, per 2013

[2] Bron: Bloomberg LP, per 1 april 2015

[3] Bron: Factset: Ga naar www.franklintempletondatasources.com voor meer informatie over de gegevensverstrekker.