Beyond Bulls & Bears

Een doortastend monetair beleid kijkt verder dan de economie

Dit artikel is ook beschikbaar in: Engels Frans Italiaans Duits Spaans Pools

De speculatie over ingrijpende beslissingen over het monetaire beleid van een aantal grote centrale banken neemt koortsachtige vormen aan in de aanloop naar cruciale vergaderingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan in december. De beleggers die op zoek zijn naar tips, hangen aan de lippen van de monetaire beleidsmakers. John Beck, Portfolio Manager en Director van Fixed Income, Londen, Franklin Templeton Fixed Income Group, denkt dat de centrale banken verder moeten kijken dan alleen de economie. Hij ziet tekenen van een toenemend besef bij sommige centrale bankiers van de onbedoelde gevolgen van bepaalde beleidsmaatregelen.

John Beck
John Beck

John Beck
Director of Fixed Income, Londen
Senior Vice President, Portfolio Manager
Franklin Templeton Fixed Income Group

Nu het ernaar uitziet dat de verschillen in monetair beleid tussen de drie belangrijkste centrale banken ter wereld – de Amerikaanse Federal Reserve (Fed), de Europese Centrale Bank (ECB) en de Bank of Japan (BoJ) – zullen worden doorgetrokken, lijkt het ons duidelijk dat de noodzaak van een doorslaggevende aanpak op meer moet berusten dan alleen economische argumenten.

Ondanks de verwachting bij sommigen dat er op de recentste monetaire beleidsvergaderingen veranderingen zouden worden aangekondigd, besloten zowel de Fed als de ECB uiteindelijk om de status-quo te handhaven. Bij de Fed werd de rente dus niet opgetrokken, en het programma voor kwantitatieve versoepeling van de ECB werd niet uitgebreid. Toch gaven beide banken te verstaan dat ze binnenkort wel in beweging zouden komen.

Wij vragen ons nu echter af of de autoriteiten die de beslissingen van deze centrale banken aansturen wel voldoende inzicht hebben in de aanwijzingen dat de economische gevolgen van hun beleid soms het omgekeerde kunnen zijn van wat de bedoeling was.

Voor de Fed denken wij dat er zowel objectieve als subjectieve – of ‘positieve’ en ‘normatieve’, zoals de economen zeggen,– redenen zijn om de rente op te trekken, en dat de beslissing om de rente met rust te laten op de vergaderingen van het Federal Open Market Committee (FOMC) in september en oktober de situatie er niet beter op heeft gemaakt.

Door de indruk te geven op zijn stappen terug te keren, heeft het FOMC wellicht bezorgdheid gewekt bij beleggers en consumenten, die dan ook misschien voorzichtiger zijn geworden wat hun bestedingen betreft. Wij hebben al kunnen vaststellen dat de groei van de consumptie-uitgaven in september de laagste was sinds januari 2015.1

In zowel de eurozone als de Verenigde Staten willen beleggers vooral zekerheid. Wij denken dat beleggers over de hele wereld graag gerustgesteld willen worden. Zij hopen dat de recente periode van marktvolatiliteit die aan onzekerheid is verbonden, van tijdelijke aard is. Op dit moment denk ik niet dat iemand daarvan overtuigd is.

Wij denken dat de signalen die de centrale banken uitsturen een belangrijke rol kunnen spelen om meer duidelijkheid te verschaffen. Volgens ons had de Fed een positief teken kunnen geven door een renteverhoging te bevestigen, ook al waren de omstandigheden daarvoor nog niet helemaal perfect. Dit zou benadrukken dat de economie aan de beterende hand is en niet langer moet worden gestut door buitengewone maatregelen.

Het lijkt ons vanuit objectief standpunt duidelijk dat de macro-economische gegevens nog op een niveau liggen dat de Fed ertoe zou moeten aanzetten om een einde te maken aan zijn buitengewone monetaire maatregelen.

De Verenigde Staten vertonen een redelijk rechtlijnige positieve groeifase in de maandelijkse werkgelegenheidscijfers. Met 5%2 ligt de werkloosheid aanzienlijk lager dan tijdens de financiële crisis zeven jaar geleden.

Het is waar dat de werkgelegenheidscijfers in september wat tegenvielen, en dat er aanhoudende bezorgdheid heerst over de impact van de Aziatische vertraging op de Amerikaanse economie.

Volgens ons levert de normatieve noodzaak een zelfde conclusie op – het is tijd voor een renteverhoging in de VS.

De signalen zijn net zo belangrijk aan de andere zijde van de Atlantische Oceaan. Wij denken dat de ECB er goed aan zou hebben gedaan om te stellen dat een verdere kwantitatieve versoepeling niet alleen beschikbaar was, maar ook wel degelijk zou worden toegepast. Op de recentste ECB-vergadering van 22 oktober herhaalde ECB-voorzitter Mario Draghi dat hij klaar stond om het programma voor kwantitatieve versoepeling uit te breiden. Hij gaf aan dat de ECB van plan was om de daad bij het woord te voegen op de volgende vergadering van 3 december.

Maar los daarvan denken wij dat de centrale banken over de hele wereld rekening moeten houden met wat economen de ‘negatieve externaliteiten’ noemen: de kosten van het monetaire beleid voor derden. De toenemende populariteit van niet-traditionele politieke partijen lijkt ons een voorbeeld van de gevolgen van die kosten.

En er duiken stilaan tekenen op dat de centrale banken beginnen te beseffen dat hun aanpak ongewenste nevenschade tot gevolg kan hebben.

Een rapport van de Bank of England in juli 2012 concludeerde dat hoewel de meeste mensen in het Verenigd Koninkrijk slechter af zouden zijn geweest zonder kwantitatieve versoepeling, zij die daar de meeste vruchten van hadden geplukt, diegenen waren die over vermogen beschikken. Het rapport concludeerde dat mensen zonder vermogen – of met enkel een contant vermogen – zeer weinig hadden geprofiteerd.

En in een lezing op de Conference on Economic Opportunity and Inequality in 2014, georganiseerd door de Reserve Bank of Boston, bracht Fed-voorzitter Janet Yellen een aantal negatieve externaliteiten van de voortzetting van het stimulerende beleid ter sprake.

Yellen erkende dat de verschillen in inkomen en vermogen in de Verenigde Staten nu al tientallen jaren toenemen, en zij merkte op dat vermogensbezitters – zij die het meeste hebben geprofiteerd van de kwantitatieve versoepeling – hun kinderen doorgaans betere onderwijsmogelijkheden kunnen bieden. Er is vaak een oorzakelijk verband tussen beter onderwijs en betere werkgelegenheidsvooruitzichten en dus ook betere opwaartse sociale mobiliteit.

Op zijn vergadering van oktober gaf de Fed geen motivering voor de beslissing om de rente ongemoeid te laten. Op de FOMC-vergadering van september was een van de aangehaalde redenen echter de staat van de wereldeconomie. Zo werd er verwezen naar de zwakte van de opkomende markten, bepaalde Aziatische landen en grondstoffengebaseerde economieën, naast de druk op Latijns-Amerikaanse en Aziatische valuta’s. Parallel daaraan pleit de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) namens veel van die economieën ervoor dat de Fed de knoop doorhakt en de rente optrekt om een einde te maken aan de onzekerheid.3

Wij zijn van mening dat veel van die valuta’s onnodig gestraft zijn door de onzekerheid die voortvloeit uit de vrees dat de wereld er slechter aan toe is dan in feite het geval is.

Wij denken dat het binnenkort duidelijk zal worden dat China niet op het punt staat in te storten, maar zich stabiliseert bij een duurzamer groeitempo, en dat veel economieën die nu nog op de schopstoel zitten over afzienbare tijd een herstel zullen tonen.

Volgens ons zal een context van duidelijker monetair beleid vanuit wereldwijd perspectief de wereldwijde groei waarschijnlijk eerder stimuleren dan afremmen. En een doortastender beleid lijkt ons dan ook de juiste aanpak.

U kunt meer inzichten van Franklin Templeton Investments in uw inbox ontvangen. Schrijf in op de Beyond Bulls & Bears blog.

Voor tijdige beleggingstips kunt u ons volgen op Twitter @FTI_Belgium en op LinkedIn.

De verklaringen, meningen en analyses van John Beck zijn louter bedoeld ter informatie, zij mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of een aanbeveling om te beleggen in welke effecten dan ook of om welke beleggingsstrategie dan ook te gebruiken. Omdat markt- en economische omstandigheden snel kunnen veranderen, betreffen de opmerkingen, opinies en analyses de datum van dit document en kunnen zij zonder voorafgaand bericht veranderen. Dit document is niet bedoeld als een volledige analyse van alle wezenlijke feiten betreffende een land, regio, markt, sector, belegging of strategie.

Er kunnen bij de opstelling van dit materiaal gegevens van externe bronnen zijn gebruikt die niet door Franklin Templeton Investments (“FTI”) onafhankelijk zijn gecontroleerd of bevestigd. FTI aanvaardt geen aansprakelijkheid voor verliezen die voortvloeien uit het gebruik van deze informatie, en de gebruiker dient zelf te bepalen in welke mate hij wil vertrouwen op deze verklaringen, meningen en analyses. Producten, diensten en informatie zijn mogelijk niet in alle rechtsgebieden beschikbaar en worden door met FTI gelieerde ondernemingen en/of hun distributeurs alleen aangeboden als dat door de lokale wetten en regels wordt toegestaan. Gelieve uw eigen beleggingsadviseur te raadplegen voor nadere informatie over de beschikbaarheid van producten en diensten in uw rechtsgebied.

Wat zijn de risico’s?

Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder een mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug.

________________________________________________________________________

  1. Bron: US Department of Commerce, oktober 2015.
  2. Bron: United States Department of Labor, november 2015.
  3. Bron: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, Tussentijdse Economische Vooruitzichten, september 2015.