Beyond Bulls & Bears

Centrale banken, aandelenbeurzen zijn jullie probleem niet

Dit artikel is ook beschikbaar in: Engels Vereenvoudigd Chinees Frans Italiaans Duits Spaans Pools

Monetaire beleidsmakers aan beide zijden van de Atlantische Oceaan zullen honderden afwegingen maken in de aanloop naar hun vergaderingen in december. Hier worden ze gevraagd beslissingen te nemen met ingrijpende gevolgen op de lange termijn. Een factor die ze beter uit hun besluitvormingsproces kunnen laten, is de ontwikkeling van de aandelenbeurzen. Dat zegt Uwe Zoellner, Head of Pan-European Equity bij Franklin Local Asset Management. In dit artikel legt hij uit waarom centrale bankiers volgens hem minder belang moeten hechten aan de beurzen en waarom een stijgende autoverkoop in Italië en Spanje de voorbode kan zijn van beter economisch nieuws in heel Europa.

Uwe Zoellner
Uwe Zoellner

Uwe Zoellner, CFA
Head of Pan-European Equity
Portfolio Manager
Franklin Local Asset Management

Het is mijn vaste overtuiging dat de centrale banken moeten ophouden met zich zorgen te maken over de beurzen en de aandelenkoersen. Toen de US Federal Reserve (de Fed) in september besliste om de rente niet te verhogen, gaf ze onder andere de volatiele aandelenmarkten als verklaring voor die beslissing. Recenter leidde blijvende volatiliteit op de beurzen bij beleggers tot speculatie dat de Europese Centrale Bank (de ECB) in december mogelijk beslist om haar programma voor kwantitatieve versoepeling (QE) op te voeren of te verlengen.

Er zijn verschillende redenen voor de ECB om in december in te grijpen. Enkele daarvan deed mijn collega David Zahn al uit de doeken. Ik zou de beleidsmakers op het hart willen drukken dat zij hun keuzes niet laten beïnvloeden door de aandelenbeurzen. Als de beurzen in Europa of elders dalen, is dat naar mijn mening niet het probleem van de ECB.

Overal ter wereld horen we centrale bankiers over de beurzen praten. Ik denk dat zij de perceptie van mensen veranderen en de markten beïnvloeden. Als centrale bankiers zich niet langer zouden laten verleiden tot uitspraken over de beurzen, zouden de aandelenkoersen wellicht een wat rationeler verloop kennen.

QE en andere programma’s van de ECB hebben de economie in de eurozone gestimuleerd met lagere rente, waardoor banken goedkoper geld konden lenen aan consumenten en bedrijven. En alleen al het vooruitzicht van een QE-programma hielp om de euro goedkoper te maken, wat een enorm voordeel was voor exportbedrijven. De kwantitatieve versoepeling had onmiskenbaar een positieve invloed.

Anderen zijn het er wellicht niet mee eens, maar op dit ogenblik hoeft de ECB niet verder in te grijpen. Er zijn immers al factoren die de economie ondersteunen, zoals de sterk gedaalde grondstoffenprijzen en het verbeterde consumentenvertrouwen. Ik vind dat de Europese economie op het juiste spoor zit. We moeten echter aanvaarden dat een aantal beleggers nog last heeft van koudwatervrees. Het is niet ondenkbaar dat de ECB, in een poging om zenuwachtige beleggers te sussen, uiteindelijk beslist om voor miljarden euro’s extra effecten op te kopen of de geplande einddatum van haar QE-programma te verschuiven van september 2016 naar januari 2017.

Dat neemt echter niet weg dat we vroeg of laat moeten afstappen van dat stimuleringsbeleid. Als de wereldeconomie alleen kan overleven dankzij — massa’s — goedkoop geld, bewijst dat volgens mij het failliet van de markteconomie. Ik geloof in de markteconomie, en ik geloof dat de economie van de eurozone in staat is om te groeien zonder dat er bergen geld worden ingepompt.

Leven de bedrijfswinsten op?

We zien tekenen dat de economie in de eurozone weer begint te groeien. Ook al vormt het herstel na de financiële crisissen van 2007 en 2010 de zwakste economische opleving sinds de jaren 1970. Het herstel verloopt niet alleen zeer bescheiden en zeer langzaam voor de economie als geheel, maar ook voor de bedrijven in de regio — en de bedrijfswinsten.

Het duurde lang voor de bedrijfswinsten weer opleefden omdat veel landen uit de eurozone sinds de financiële crisis fors bezuinigden. Het doorsijpelen van dergelijke complexe ingrepen naar de economie vergt tijd. Als er geen onverwachte struikelblokken opdoemen, zoals een langdurige verzwakking van de wereldwijde groei, zien wij niet in waarom de bedrijfswinsten in 2015 en 2016 niet met 8 à 10% per jaar zouden kunnen groeien.

Het consumentenvertrouwen is dit jaar in zowat de hele eurozone verbeterd dankzij verschillende factoren, zoals een daling van de werkloosheid. Een indicator die verbeterd vertrouwen illustreert is de verkoop van nieuwe wagens — het ultieme duurzame consumptiegoed. In Italië en Spanje, die zwaar geleden hebben onder de gevolgen van de financiële crisis, zien we tekenen dat de verkoop van nieuwe wagens in de lift zit.

Slide1
Bovendien kan toegenomen verkoop volgens ons een exponentieel effect hebben op de bedrijfswinsten. Veel bedrijven uit de eurozone hebben een hoge operationele hefboom, wat wil zeggen dat ze minder verkopen, maar hogere winstmarges hanteren. Als het consumentenvertrouwen naar verwachting leidt tot stijgende verkoop, kunnen die ruime marges zorgen voor stijgende winsten.

Een aanzwellende golf

We denken echter dat de bedrijfswinsten dit en volgend jaar zullen meesurfen op de verwachte stijging van het bruto binnenlands product (bbp) in de eurozone. In 2014 groeide het met een weinig inspirerende 0,8%, maar wij denken dat het bbp zowel dit als volgend jaar met 1,5 à 2% kan groeien. Deels dankzij de goedkopere euro, die de export stimuleert. En de lagere olieprijzen, die de consumptie-uitgaven doen toenemen. De geschiedenis leert ons dat een stijging van het bbp — zelfs de bescheiden toename die we verwachten — kan leiden tot stevige winstgroei.

Bijvoorbeeld in de vroege jaren 90 leverde 3,5% bbp-groei een stijging op van de winst per aandeel met 35%. Daar kan de eurozone de komende jaren alleen van dromen. Het lijkt ons dan ook niet onrealistisch om te denken dat 2% bbp-groei kan leiden tot een stijging van de bedrijfswinsten met meer dan 10%.

EurozoneDe relatief gezonde bbp-groei volgt in veel landen van de eurozone op jaren van bezuinigingen. Sommige perifere landen kampten met een enorme schuldenlast en voerden draconische besparingsmaatregelen door om die terug te dringen. Dat strenge begrotingsbeleid zette echter ook een rem op de economische groei in die landen. Het was buitengewoon pijnlijk, maar volgens ons noodzakelijk. Vandaag zien wij in belangrijke landen uit de eurozone een positief structureel primair saldo (de begroting vóór rentebetalingen). De perifere landen zitten op schema om in 2015 en 2016 een overschot op de begroting te boeken. De begrotingsproblemen zijn dus aangepakt, wat de economische groei verder zou moeten aanzwengelen.

De landen van de eurozone hebben ook structurele hervormingen doorgevoerd, vooral om de arbeidskosten te verlagen. Zo hebben Ierland en Spanje de arbeidskosten de afgelopen vijf jaar met meer dan 10% verlaagd. Dat betekent dat de goederen die ze produceren vandaag zo’n 10% goedkoper zijn dan vóór de financiële crisis. Zelfs Griekenland — het probleemkind van de eurozone — wist de arbeidskosten met 18% te drukken. Dergelijke besparingen zijn natuurlijk pijnlijk voor de beroepsbevolking, maar helpen volgens ons om bedrijven concurrerender te maken en op lange termijn een gezondere financiële onderbouw te geven.

Wat de centrale banken uiteindelijk ook beslissen, wij blijven zoeken naar aandelen in de regio die op lange termijn interessante mogelijkheden bieden.

U kunt meer inzichten van Franklin Templeton Investments in uw inbox ontvangen door in te schrijven op de Beyond Bulls & Bears blog.

Voor tijdige beleggingstips kunt u ons volgen op Twitter @FTI_Belgium en op LinkedIn.

CFA® en Chartered Financial Analyst® zijn handelsmerken die eigendom zijn van het CFA Institute.

De verklaringen, meningen en analyses in dit document vertegenwoordigen het persoonlijke standpunt van de beleggingsbeheerder. Zij zijn enkel bedoeld ter algemene informatie en mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of als een aanbeveling of verzoek om enig effect te kopen, te verkopen of te houden, of enige beleggingsstrategie te volgen. Zij vormen geen juridisch of fiscaal advies. De informatie in dit document wordt verstrekt per de publicatiedatum en kan zonder kennisgeving veranderen en ze is niet bedoeld als een volledige analyse van elk belangrijk feit over een land, regio, markt of belegging.

Er kunnen bij de opstelling van dit materiaal gegevens van externe bronnen zijn gebruikt die niet door Franklin Templeton Investments (“FTI”) onafhankelijk zijn gecontroleerd of bevestigd. FTI aanvaardt geen aansprakelijkheid voor verliezen die voortvloeien uit het gebruik van deze informatie, en de gebruiker dient zelf te bepalen in welke mate hij wil vertrouwen op deze verklaringen, meningen en analyses. Producten, diensten en informatie zijn mogelijk niet in alle rechtsgebieden beschikbaar en worden door met FTI gelieerde ondernemingen en/of hun distributeurs alleen aangeboden als dat door de lokale wet- en regelgeving wordt toegestaan. Gelieve uw eigen professioneel adviseur te raadplegen voor meer informatie over de beschikbaarheid van producten en diensten in uw rechtsgebied.

Wat zijn de risico’s?

Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder een mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug. Aandelenkoersen vertonen soms snelle en scherpe schommelingen als gevolg van factoren die een invloed hebben op individuele bedrijven, specifieke sectoren of bedrijfstakken, of op de algemene marktomstandigheden. Als een portefeuille zich concentreert op bepaalde landen, regio’s, bedrijfstakken, sectoren of beleggingstypes, kan een belegger van tijd tot tijd blootgesteld zijn aan een hoger risico van ongunstige ontwikkelingen in deze concentratiegebieden dan bij beleggingen in een breder universum van landen, regio’s, bedrijfstakken, sectoren of beleggingstypes. Beleggingen in het buitenland zijn onderhevig aan speciale risico’s zoals wisselkoersschommelingen, economische instabiliteit en politieke ontwikkelingen.