Beyond Bulls & Bears

Geen vuurwerk van de ECB, Draghi blijft kalm

Dit artikel is ook beschikbaar in: Engels Vereenvoudigd Chinees Frans Italiaans Duits Spaans Pools

Veel marktwaarnemers verwachtten blijkbaar vuurwerk op de december-vergadering van de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB). De reactie van de markt op de aankondiging door ECB-voorzitter Mario Draghi van een bescheiden uitbreiding van de stimuleringsmaatregelen was dan ook nogal onderweldigend. David Zahn, Head of European Fixed Income, Franklin Templeton Fixed Income Group, vindt de aanpak van Draghi echter redelijk. Hieronder leest u waarom.

David Zahn
David Zahn

David Zahn, CFA, FRM
Head of European Fixed Income
Senior Vice President
Franklin Templeton Fixed Income Group

Hoewel de markten doorgaans onderweldigd leken door de recente verklaringen inzake het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) denk ik dat de door haar voorzitter Mario Draghi bekendgemaakte maatregelen precies zijn wat de economie van de eurozone op dit moment nodig heeft, en zelfs precies wat de markt had moeten verwachten.

Het lijkt me dat de marktwaarnemers zichzelf ervan overtuigd hadden dat de ECB met van alles zou uitpakken: een ingrijpende uitbreiding van haar programma voor kwantitatieve versoepeling (Quantitative Easing, QE), een aanzienlijke verlenging van het tijdsbestek van de QE, en een significante verlaging van de depositorente. Gelet op die hoge marktverwachtingen in de aanloop naar de vergadering van de ECB, zat het er dik in dat de verklaringen van Draghi de markt zouden teleurstellen. Op zijn persconferentie bevestigde Mario Draghi een verlaging met 10 basispunten (0,10%) van de reeds negatieve depositorente naar -0,30%, een ingreep die me niet van wezenlijk belang lijkt, maar die wel druk op de banken blijft uitoefenen om meer uit te lenen.

Draghi bevestigde ook een verlenging met zes maanden van het QE-programma, dat nu dus tot minstens maart 2017 zou moeten lopen. De verlenging betekent dat de kwantitatieve versoepeling met € 360 miljard wordt uitgebreid, al met al niet onbetekenend voor de brede obligatiemarkt. Ik denk dan ook dat de uitbreiding van het QE-programma een positieve maatregel is en dat de verlenging van de looptijd ervan waarschijnlijk het juiste middel daartoe is. Draghi stelde expliciet dat hoewel maart 2017 het nieuwe eindpunt voor het programma is, er indien nodig nog nieuwe verlengingen zouden kunnen komen, wat volgens mij ook niet zonder belang is.

De ECB besloot daarnaast om het bereik van het programma voor obligatieaankopen uit te breiden tot meer gemeenteobligaties, wat van tevoren al sterk was gesuggereerd en mij ook een redelijke maatregel lijkt. Veel marktcommentatoren hadden er al op gewezen dat een belangrijke hindernis voor een uitbreiding van de QE in de eurozone de beschikbaarheid van Duitse staatsobligaties (Bunds) voor aankoop zou zijn. Door nu ook obligaties van plaatselijke overheden in het programma op te nemen, wordt die beperking in zekere mate opgeheven.

Ik denk dat de verbeteringen in de economie van de eurozone in de 11 maanden sinds de aankondiging van het huidige QE-programma een van de redenen zijn waarom Draghi en de raad van bestuur van de ECB besloten het daarbij te laten.

Eind 2014 zag het er somber uit voor de economie van de eurozone: de groei smeulde op een laag pitje en de inflatie was onder nul gedoken. Na 11 maanden QE groeit de economie nu duidelijker, en ik denk dat wanneer het effect van de gedaalde aardolieprijzen volgend jaar uit de inflatiecijfers verdwijnt, de jaarlijkse inflatie tot iets boven 1% zou kunnen uitkomen. Tegen die achtergrond vermoed ik dat Draghi en de andere leden van de raad van bestuur liever geen risico’s wilden nemen. In plaats daarvan zorgden zij ervoor dat de gunstige ontwikkelingen konden worden voortgezet, en gaven zij aan klaar te staan om in te grijpen indien nodig.

Hoewel het waar is dat de inflatieverwachting voor 2017 licht neerwaarts werd bijgesteld naar 1,6%[1] – wat volgens mij nog wat te optimistisch is – vormt dat wel een flinke stap in de richting van het streefcijfer van de ECB van 2%.

Verschillen in monetair beleid

De ECB is natuurlijk niet de enige grote centrale bank die de beleggers deze maand nauwlettend in de gaten houden. Veel marktwaarnemers gaan ervan uit dat de beleidsmakers van de Amerikaanse Federal Reserve (Fed) voor het eerst sinds 2006 zullen stemmen voor een verhoging van de rente op de vergadering van het Federal Open Market Committee van 16 december.

Of de beslissing om de rente te verhogen nu op die vergadering valt dan wel wordt uitgesteld tot volgend jaar, er zou hoe dan ook voor het eerst in vele tientallen jaren een periode kunnen aanbreken van verschillend monetair beleid tussen de ECB en de Fed. Dat verschil zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor de effectenprijzen in Europa, en dan vooral bij de obligaties. Ik verwacht dat de obligatiekoersen stabiel zullen blijven, omdat de ECB nog steeds grote hoeveelheden obligaties zal opkopen. In de Verenigde Staten lijken de beleidsmakers zich op te maken voor een omschakeling naar een verstrakkingsmodus. Het mag dan wel geen al te agressieve verstrakking zijn, een renteverhoging zit er hoe dan ook aan te komen, en dat betekent volgens mij dat de Amerikaanse obligatiemarkt een lager rendement zal bieden dan de Europese obligatiemarkt. Het verschil in rendement is het echte brandpunt van het beleidsverschil. In het verleden zijn de twee grote centrale banken altijd synchroon opgetreden, of hebben ze elkaar toch op de voet gevolgd. Nu lijken ze echter in omgekeerde richting te evolueren.

Zoals ik het zie, zouden de Europese obligaties stabiel moeten blijven. Er kunnen natuurlijk wel reflexmatige reacties komen na de recente ingrepen van de ECB, maar al met al denk ik dat veel beleggers de Europese obligaties aantrekkelijker zullen vinden, gelet op de rente die nog wel een poos op een laag peil zouden moeten blijven.

De verklaringen, meningen en analyses van David Zahn zijn louter bedoeld ter informatie. Zij mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of een aanbeveling om te beleggen in welke effecten dan ook of om welke beleggingsstrategie dan ook te gebruiken. Omdat markt- en economische omstandigheden snel kunnen veranderen, betreffen de opmerkingen, opinies en analyses de datum van dit document en kunnen zij zonder voorafgaand bericht veranderen. Dit document is niet bedoeld als een volledige analyse van alle wezenlijke feiten betreffende een land, regio, markt, sector, belegging of strategie.

U kunt meer inzichten van Franklin Templeton Investments in uw inbox ontvangen. Schrijf in op de Beyond Bulls & Bears blog.

Voor tijdige beleggingstips kunt u ons volgen op @FTI_Belgium en op LinkedIn.

CFA® en Chartered Financial Analyst® zijn handelsmerken die eigendom zijn van het CFA Institute.

Wat zijn de risico’s?

Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder een mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. De waarde van beleggingen kan zowel dalen als stijgen en beleggers krijgen mogelijk niet het volledige ingelegde bedrag terug. Obligatiekoersen evolueren doorgaans in omgekeerde richting als rente. Wanneer de koersen van obligaties in een beleggingsportefeuille zich aanpassen aan een stijging van de rente, kan de waarde van de portefeuille dienovereenkomstig dalen. Beleggingen in het buitenland zijn onderhevig aan speciale risico’s zoals wisselkoersschommelingen, economische instabiliteit en politieke ontwikkelingen.

[1] Bron: ECB, December 2015 Eurosystem Staff Macroeconomic Projections for the Euro Area, december 2015.